Economie en politiek op een kantelmoment

Auteur: 
Stijn Decock

Op het weekend van 8 en 9 mei was het weer zover. Inderhaast bijeengeroepen topoverleg moest voor het opengaan van de Aziatische beurzen een deel van het financieel systeem redden. Kwam er geen oplossing, dan dreigden heel wat landen in de Eurozone over de kop te gaan, met in hun zog het einde van de euro en het faillissement van een aantal grootbanken.

Vlak ervoor was ook de Belgische regering gevallen, na drie jaar van politieke impasse. We stevenen nu af op ongewone verkiezingsresultaten, gevolgd door een onduidelijke regeringsvorming. Terwijl voltrok zich in de Golf van Mexico een van de grootste olierampen ooit en stuurde een vulkaanuitbarsting het vliegverkeer in de war. En tot slot was het buiten amper 7 graden, doordat de wind al maanden uit het noorden aan het blazen is. Kortom, doemdenkers hadden een vette kluif aan het tweede weekend van mei. Een voorbode van wat komen zal, of een kantelmoment waarin we naar een duurzamer systeem zullen schuiven?

Het contrast met exact 10 jaar geleden is groot. Op 8 mei 2000 was het 26 graden, zaten we in een economische boom dankzij de ICT-revolutie, had Vlaanderen met LHSP en Ubizen enkele wereldbedrijven van die nieuwe economie, lag het economisch zwaartepunt in de VS en was er van de BRIC-landen nog helemaal geen sprake. Bovendien had de belofte van de kersverse Paarsgroene regering om van België een modelstaat te maken nog iets geloofwaardigs. En de zieke man van Europa was Duitsland.

De 10 jaar erna is het optimisme van 2000 nooit meer herhaald. Twee recessies volgden, waarvan de tweede de kern van de economie, het financieel systeem, in het hart raakte. De opkomst van de groeilanden zorgde weliswaar voor een sterke wereldeconomie, maar daar kon het Westen maar matig van profiteren. Het concurrentieverlies en de hiermee gepaard gaande welvaartsdaling werden gecompenseerd door welvaart te ontlenen, wat ons nu in een zeer gevaarlijke schuldpositie heeft gebracht. De stijgende vraag vanuit de groeilanden duwt de prijzen van de schaarser wordende grondstoffen omhoog. Het leefmilieu kreunt steeds harder onder de last van de groei van de wereldeconomie. Ook in België is er niet veel plaats meer voor optimisme. In de afgelopen 10 jaar werden nauwelijks maatregelen genomen om de structurele problemen van België aan te pakken: de vergrijzing, de dalende concurrentiekracht, de hoge loonlasten, de lage activiteitsgraad, slechte politieke beslissingsstructuren en een migratie die niet tot integratie leidt.

Duurzaamheid in de dubbele zin van het woord

Het is alsof we nu pas echt met de gevolgen van alle bovenstaande feiten worden geconfronteerd. Hoewel er veel redenen tot pessimisme zijn, kan het toch een kantelmoment zijn waarop het economisch beleid in de brede betekenis een andere weg inslaat, een weg van duurzaamheid. Het woord ‘duurzaamheid’ heeft in deze context wel een dubbele betekenis. Duurzaam in de zin van iets dat lang kan standhouden, zoals bedrijfs- of sociale zekerheidsmodellen die gebaseerd zijn op geloofwaardige economische en financiële prognoses. Maar ook duurzaamheid in de meer groene betekenis: economische systemen die rekening houden met de schaarser wordende grondstoffen, met de beperkte draagkracht van het leefmilieu.

De crisis rond Griekenland straft Europese landen die niet-duurzame economische modellen hanteerden hard af. Liegen over begrotingen, grote tekorten op de handelsbalans en de begroting, een groei die hoofdzakelijk op goedkoop krediet was afgestemd... worden nu veroordeeld. De uitkomst van het debacle is nog niet gekend, maar het staat vast dat landen veel meer discipline aan de dag zullen moeten leggen. De financiële markten en de internationale autoriteiten zullen veel strenger worden. Een hertekening van het financieel systeem moet ervoor zorgen dat in de toekomst dergelijke zeepbellen vermeden worden.

België zal, met de Griekse adem in de nek, het roer eveneens moeten omgooien. Werden de structurele problemen waar heel wat economen al lang op wijzen, tot voor enkele jaren weggelachen door de politieke autoriteiten, dan durven heel wat van die partijen die problemen nu al te benoemen. Afgaande op een aantal uitspraken en partijprogramma's, lijkt het er op dat een aantal partijen het echt menen om de politieke impasse van de voorbije jaren te verlaten en de pijnpunten aan te pakken. Ook al zal dat moeilijke regeringsonderhandelingen vergen. De tijd dat het woord 'besparingen' uitspreken gelijk stond met politieke zelfmoord is stilaan gedaan. Mensen willen niet langer politici die hun beloftes op lange termijn niet kunnen nakomen. Politici moeten de problemen durven benoemen en oplossingen aanbrengen, ook al zijn die niet altijd populair. Dus de Belgische politiek zal de burger een 'duurzaam plan' moeten voorleggen: een plan dat zorgt dat de economische motor weer voldoende cilinderinhoud krijgt en een sociale zekerheid en overheidsschuld die ook op de lange termijn kan gefinancierd worden.

Ook de olieramp voor de Amerikaanse kust past in dit duurzaam plaatje. Wat er juist is misgelopen weten we nog niet, maar vast staat dat de fysieke en financiële (voor BP althans) schade aanzienlijk is. Het duidt erop dat milieurisico's zeer ernstig te nemen zijn. Bedrijven moeten er alles aan doen om dit soort catastrofes te vermijden in plaats van te lobbyen om regels af te zwakken (wat volgens sommigen het geval was bij olieboringen in de VS). Internationaal moeten er voldoende afspraken zijn om zoveel mogelijk dezelfde strenge milieuregels af te vaardigen, zodat een bedrijf dat wel sterk in milieu investeert niet benadeeld wordt tegenover bedrijven of landen die milieu- en veiligheidsrisico's losjes opnemen. We mogen wat het leefmilieu en de grondstoffen betreft niet zoals in de kredietcrisis handelen en slechts reageren als het kalf zo goed als verdronken is. Want in tegenstelling met een financiële crisis zal er bij een grote milieu- of grondstoffenramp geen centrale bank of overheid klaar staan om in een weekend tijd met massale middelen te komen om het systeem overeind te houden.