Dit zijn NIET de jaren 30

illustratieDe financiële crisis grijpt steeds scherper om zich heen. Een diepe, wereldwijde recessie ontrolt zich voor onze ogen. De negatieve impact van die financiële crisis op de rest van de economie verloopt in essentie via twee kanalen. Ten eerste creëren de verliezen  welke banken moeten wegslikken een situatie die het voor die banken erg moeilijk maakt om op een normale manier aan kredietverlening te doen naar bedrijven en particulieren toe. Het gaat daarbij niet enkel om de volumes aan kredietverlening maar ook om de kost van de kredieten. Ondanks de (te geringe) daling van de basisrentevoet van de Europese Centrale Bank (ECB) neemt de kostprijs van kredieten toe als gevolg van de hogere marges welke banken opleggen.

Het tweede kanaal van de financiële crisis naar de rest van de economie toe betreft de negatieve verwachtingen die steeds dieper ingeworteld raken bij consumenten, producenten en investeerders. Die negatieve verwachtingen maken dat de effectiviteit van het monetaire beleid snel afneemt. Als mensen niet echt in de toekomst geloven, maakt de hoogte van de rentestand niet echt veel verschil. Men kan een paard naar het water leiden maar als het niet wil drinken, tja, dan drinkt het niet. Zoals het voorbeeld van Japan gedurende de jaren 1990 overvloedig aantoont, kan zelfs een rentevoet van 0% niet echt stimulerend werken voor de economie als negatieve verwachtingen diep in geworteld raken.

Budgetaire buffelstoot

Het is dat met de dag reëler wordende gebrek aan effectiviteit van het monetaire beleid dat maakt dat steeds meer instellingen en economen oproepen tot omvangrijke budgettaire stimulansen. Ook president-elect Barack Obama sprak zich reeds duidelijk in deze richting uit. Hij vervoegde daarmede het koor waarin recent reeds luid de stemmen weerklonken van, onder meer, het IMF, de OESO, de G20 en Paul Krugman, de jongste winnaar van de Nobelprijs Economie. Ook China liet zich terzake niet onbetuigd. Zeer beducht voor de sociale en politieke gevolgen van een forse groeivertraging – 5% economische groei is een maatschappelijke ramp voor China – kondigde de Chinese regering aan de komende twee jaar bijna $ 600 miljard in de economie te willen pompen via infrastructuurwerken en verhoogde uitgaven voor sociale zekerheid en welzijn.

De duidelijke bereidheid om budgettair stevige registers open te trekken, vormt één element op basis van hetwelk de steeds vaker gehoorde vergelijking van de huidige situatie met de Grote Depressie van de jaren 1930 minstens overtrokken is. Het tweede element ter onderbouwing van die conclusie bevindt zich in de monetaire sfeer. Vaststellen dat het monetaire beleid stevig aan effectiviteit inboette, betekent helemaal niet dat de monetaire autoriteiten bezig zijn met het herhalen van de blunders die de Grote Depressie mogelijk maakten. Toen liet men in het spoor van een omvangrijke bankcrisis zoals nu een massale geldvernietiging toe. De centrale bankiers van vandaag, met FED-voorzitter Ben Bernanke op kop, zijn zich zeer goed bewust van de fouten toen gemaakt en doen al het mogelijke om een herhaling te voorkomen. Technisch gezien beschikken zij over de nodige beleidshendels om zulk een verschrompeling van de geldhoeveelheid in de economie aanwezig effectief te voorkomen.

Geen protectionisme

Het derde element dat ons doet geloven dat het perspectief van een herhaling van het drama van de jaren 1930 echt niet aan de orde is, betreft de instandhouding van het principe van de internationale vrijhandel. Het handelsprotectionisme dat in de jaren 1930 snel om zich heen greep, versterkte de monetaire ontreddering aanzienlijk. Zoals onder meer uit de verklaring naar aanleiding van de recente G20-meeting in Washington duidelijk blijkt, wijzen alle belangrijke economische landen het protectionisme af.

De recessie waarin we ons nu wel echt bevinden, zal niet van de poes zijn. Houden de beleidsverantwoordelijken zich aan hun intenties en tot nu toe uitgezet beleid, dan zullen vergelijkingen met de jaren 1930 mank blijven lopen.