Deel en heers

‘Tweto ergo sum’ (ik tweet, dus ik ben). Met dit bericht introduceerde een Vlaamse politicus zich onlangs op de sociale netwerksite Twitter. Al dan niet bewust vatte hij daarmee een hedendaagse trend goed samen. Namelijk dat verbondenheid met sociale netwerken een deel van het leven wordt, zelfs van onze identiteit. Dat heeft economische implicaties.

Deeleconomie

Heeft u bijvoorbeeld al gehoord van Airbnb (Air, Bed & Breakfast)? Dat is een online platform waarlangs particulieren allerhande accommodaties aanbieden en boeken. Sinds de oprichting in 2008 werden er al meer dan 10 miljoen overnachtingen geboekt. Het bedrijf erachter zorgt ervoor dat klanten en particuliere aanbieders elkaar vinden (uiteraard met een commissie).

Te duchten concurrentie voor de hotelindustrie dus. Hiermee was de jonge onderneming een van de pioniers van de deeleconomie, allicht beter gekend onder de Angelsaksische term 'sharing economy'.

Van bezit naar gebruik

Eigen aan dit economisch model is dat men niet betaalt voor het bezit van een goed (een aankoop), maar wel voor het gebruik ervan. Autodelen of co-werking ruimtes zijn hier gekende voorbeelden van.

Een ander element is dat consumenten niet alleen afnemers zijn van de producten, ze zijn er ook leverancier van. Met name door particuliere zaken te delen die men (tijdelijk) niet gebruikt: een auto, kantoorruimte, parkeerplaats, kledij, klusmateriaal…

Bij een voldoende aantal participanten ontstaat een permanent aanbod van gebruiksgoederen zonder dat elkeen ze moet bezitten. Eigendom wordt ondergeschikt aan gebruik. Poëtisch omschreven voedt de overvloed van de ene de schaarste van de andere.

Crisis en Facebook

Vanwaar die trend? 'The Economist' (9 maart 2013) ziet twee impulsen: de crisis en technologische ontwikkelingen. De financiële crisis schiep een context waarin mensen gingen besparen op allerlei aankopen. Het delen van producten is goedkoper en speelt daarop in.

De tweede impuls was wellicht nog bepalender. Met name de spectaculaire opkomst van sociale media - opperdeelplatform Facebook op kop - en de ontwikkeling van toestellen zoals smartphones. Die maakten het mogelijk permanent met elkaar in verbinding te staan. Zo ontstonden kanalen waarlangs vraag en aanbod elkaar vinden.

Laat ons converseren

Op het eerste zicht lijkt de deeleconomie slecht nieuws voor de klassieke verkoopseconomie. Als consumenten producten delen, kopen ze er minder. Daar staat tegenover dat bedrijven voordeel kunnen doen met wat de deeleconomie mogelijk heeft gemaakt: het groeiende peer-to-peer netwerk van de consument.

Door consumenten te activeren tot het aangaan van conversaties over hun product, kunnen bedrijven mee profiteren van hun onderlinge netwerk. Bijvoorbeeld door klanten online nieuwe productvoorstellen of gebruikservaringen te laten delen. Voor sommige bedrijven is die dialoog met de klant reeds onderdeel van de strategie.

Getuige de 2020-toekomstvisie van Coca-Cola, samengevat in een animatiefilmpje op youtube. Hun boodschap aan de consument: ‘Laat ons niet gewoon luisteren, laat ons echt converseren’.