De stootkussens en het spijkerbed van de Belgische economie

Auteur: 
Jan Henry

De recessie was hard, maar in vergelijking met de buurlanden bleef de averij voor de Belgische economie relatief beperkt. Met grote dank aan het dikke financiële stootkussen van de gezinnen en de bedrijven.

De recessie was hard, maar in vergelijking met de buurlanden bleef de averij voor de Belgische economie relatief beperkt. Met grote dank aan het dikke financiële stootkussen van de gezinnen en de bedrijven.

Speculanten durven België wel eens in het vizier nemen, maar de trekker overhalen is nog wat anders. In tegenstelling tot Griekenland ontsnapte ons land tot nog toe aan de toorn van de markten en de hoge rentevoeten die daarmee samenhangen. Dat is niet meteen te danken aan de blakende gezondheid van de overheidsfinanciën of aan een dynamische economische groei die de schuldenlast snel aanvreet. Neen, de grote en onderbelichte troef van België is de gunstige financiële situatie van de gezinnen en de bedrijven.

Vorig jaar zette een modaal gezin 20% van het beschikbare inkomen opzij. De Belgische gezinnen slagen erin om daarmee zowel de eigen ondernemingen als de eigen overheid te financieren. Daarna blijft er zelfs nog heel wat spaargeld over om het buitenland te financieren. Dat is een groot verschil met Griekenland en andere zuiderse eurolanden. Terwijl deze landen afhankelijk zijn van buitenlands kapitaal en dus overgeleverd zijn aan de grillen van buitenlandse beleggers, is België een bankier van de rest van de wereld. Het is het buitenland dat per saldo afhankelijk is van onze grillen. De speculanten weten waarom ze het niet durven opnemen tegen de Belgische spaarder.

De gezinnen: een berg geld als stootkussen, maar 10 jaar voor niets gespaard

Eind september 2009 hadden de Belgische gezinnen een netto financieel vermogen (dus na aftrek van de schulden) van ruim 691 miljard euro. Deze berg geld, aandelen, obligaties en verzekeringsproducten is het resultaat van jaren noeste spaarinspanningen. Toch staken de gezinnen zich de voorbije jaren ook dieper in de schulden om activa – en dan vooral vastgoed - te verwerven. De voorbije 10 jaar steeg de schuldgraad van de gezinnen van een kleine 40% van het bbp naar ruim 50% van het bbp. Daarmee blijven ze wel onder het Europese gemiddelde en ver verwijderd van Amerikaanse toestanden. Zoals gezegd beschikken de Belgische gezinnen over vier keer meer financiële activa dan schulden. Daar moet nog hun onroerend vermogen worden bijgeteld, wat door de Nationale Bank op ongeveer 1.000 miljard euro wordt geschat.

Precies omdat de gezinnen vrij weinig moeite hadden met de aflossing van hun hypotheekleningen, ontsnapte de Belgische vastgoedmarkt de voorbije kwartalen aan fors dalende vastgoedprijzen. De gezonde financiën van de gezinnen diende op die manier als stootkussen voor de bouwsector, die minder klappen kreeg dan in de buurlanden, en dus ook voor de conjunctuur in die bange maanden van eind 2008 en begin 2009.

De financiële reserves van de gezinnen wapperen natuurlijk in wind van de financiële markten. Een wind die soms stormachtig en vernietigend kan waaien. Bijzonder opmerkelijk is dat het netto financieel vermogen van de gezinnen anno 2009 ongeveer even hoog is als in 2000. Twee zware beurscrashes roomden dat vermogen af. De Belgische gezinnen hebben de voorbije 10 jaar als het ware voor niets gespaard. De hernieuwde spaarijver van vorig jaar toont echter dat de gezinnen zich niet laten ontmoedigen, al worden de spaarcenten wat conservatiever belegd.

In elk geval volstaat het spaarvermogen van de Belgische gezinnen om onze overheid en ondernemingen te financieren. Daarna blijft er zelfs nog wat geld over, dat per definitie wordt belegd (zie de grafiek 1). De Belgen hadden eind september 2009 een netto vermogen van ruim 114 miljard euro opgebouwd in het buitenland.


Grafiek 1: Gezinnen financieren overheid, bedrijven en buitenland

 

gezinsvermogen 

Bron: NBB, eigen berekeningen


De overheid: van stootkussen naar spijkerbed

Het is genoegzaam bekend dat de zware recessie de overheidsfinanciën opnieuw in dieprode inkt heeft gedrenkt. De regering hoopt dit jaar het begrotingstekort tot onder de 5% van het bbp te houden en wil het tekort tegen 2012 terugdringen tot 3%. Ze laat het wel aan de volgende regering om de harde maatregelen te nemen die daarvoor nodig zijn. De gezinnen weten dus waarvoor ze sparen: om vadertje staat vrij goedkoop te financieren. Het zijn in België trouwens communicerende vaten: hoe dieper de overheid in de schulden steekt, hoe meer de Belgen aan voorzorgsparen doen. Een hogere staatsschuld wordt immers geïnterpreteerd als toekomstige belastingen. De Oeso becijferde dat deze wetmatigheid optreedt van zodra de overheidsschuld boven 80% van het bbp uitstijgt. Dit jaar zal de Belgische overheidsschuld opnieuw de kaap van 100% van het bpp ronden.

Toch wist ook de overheid tijdens deze crisis nog een stootkussen te leggen onder de economie. Uitgaven zoals de werkloosheidsuitkeringen, die vanzelf stijgen in recessietijd, deden dienst als automatische stabilisatoren en de regering kon zich nog een laatste keer de luxe veroorloven om de sanering uit te stellen tot betere economische tijden. De resterende bufferruimte lijkt nu wel echt opgebruikt. Mocht het herstel niet duurzaam blijken, dan zal de overheid wellicht een spijkerbed onder de economie moeten leggen.

De ondernemingen: nog een stootkussen.

Dat ondernemingen schulden aangaan, is de normaalste zaak van de wereld. Hoe moeten ze anders hun dagelijkse werking en broodnodige investeringen financieren? Eind 2009 hadden de Belgische ondernemingen een netto financiële schuld van 256 miljard euro. De waarde van het eigen vermogen van de ondernemingen wordt in deze cijfers meegeteld als schuld aan de aandeelhouders. Vandaar dat deze netto schuld stijgt als de beurzen het goed doen en vice versa.

Beperken we de analyse tot de echte financiële schulden (het vreemd vermogen) dan doen de Belgische bedrijven het uitstekend in een Europees perspectief. Hun schuldgraad is namelijk een pak lager dan die van hun collega’s in de buurlanden (zie grafiek 2).

Grafiek 2: Schuldratio van de ondernemingen (in % van het bbp)

 corporations

Bron: NBB

In de periode 2004-2007 maakten de bedrijven gebruik van hun exploitatieoverschot om schulden af te betalen. En sinds 2005 moedigt de notionele interestaftrek de ondernemingen aan om zich relatief meer te financieren met eigen vermogen. De vrij sterke financiële positie van de Belgische ondernemingen is wellicht een van de verklaringen waarom zij minder dan hun buitenlandse collega’s snoeiden in de investeringsuitgaven. Daardoor pakte de recessie in België iets milder uit en belooft het Belgische conjunctuurherstel minstens gelijke tred te houden met het Europese gemiddelde.

De overheid en de banken, die gegeven de diepte van de recessie beperkte verliezen leden op hun Belgische kredietportefeuilles, mogen dus meer dan één kaars branden voor het gezonde financiële beleid van de bedrijven en gezinnen de jongste jaren. Anders had de schade veel hoger kunnen oplopen.