De oliemarkt na de Macondoramp

Auteur: 
Jan Henry

Terwijl de wereld opnieuw een pak meer olie opslurpt in het zog van het economisch herstel, werpt de ramp in de Golf van Mexico een lange schaduw over de oliewinning. Voorlopig hoeven we echter geen nieuwe prijsexplosie te vrezen.

Half augustus werd de wereldwijde vraag naar olie opwaarts herzien. In 2011 zou de wereld opnieuw een kleine 88 miljoen vaten per dag verbruiken. Daarmee zou het olieverbruik terug op het niveau belanden van net voor het uitbreken van de crisis. De wereldwijde recessie laste dus een pauze in van ongeveer 3 jaar in de stijging van het olieverbruik. Een pauze die meer dan welkom was. De olieproductie kon de vraag nauwelijks bijbenen en, mee aangevuurd door speculatie, piekte de olieprijs tot 147 dollar per vat in de zomer van 2008. Dat duwde een al vertragende Westerse economie verder kopje onder.

Geruststellende buffer

Op korte termijn lijkt alles onder controle op de oliemarkt. De kans op schaarste en prijsuitbraken is klein omdat de oliemarkt opnieuw over heel wat buffercapaciteit beschikt (zie grafiek) . Die relatieve weelde is te danken aan de groei van de productiecapaciteit op een ogenblik dat de vraag een enorme oplawaai kreeg als gevolg van de recessie. Het resultaat is dat de olieproducerende landen opnieuw over een reservecapaciteit van ongeveer 8% beschikken, tegenover een buffer van amper 2% in 2008. De huidige buffer is niet overdreven veel, maar wel ruim genoeg om de olieprijzen min of meer in het gareel te houden. Had de ramp in de Golf van Mexico twee jaar eerder plaatsgevonden, dan had de olieprijs wellicht veel heftiger gereageerd. Nu kunnen verschillende tegenvallers vrij probleemloos worden opgevangen. Bovendien zal de olievraag de volgende maanden eerder neerwaarts dan opwaarts worden herzien in het zog van een opnieuw vertragende wereldeconomie.

Grafiek: Oliemarkt beschikt opnieuw over behoorlijke buffer

macondo-gr1

Bron: Internationaal Energie Agentschap ( IEA )

De vraagtekens achter het olieverbruik

Op middellange termijn is het plaatje troebeler en zijn nieuwe spanningen op de oliemarkt niet uit te sluiten. Langs de vraagkant kan een aanhoudend haperend herstel van de wereldeconomie de oliedorst aan de ketting houden, maar als de groeilanden blijven doorstomen zal de vraag naar olie opnieuw fors aantrekken. De extra vraag komt immers bijna uitsluitend van de groeilanden en van de olie-exporterende landen zelf, die hun snel groeiende bevolking trakteren op gesubsidieerde en lage energieprijzen. In de Westerse wereld piekte de vraag naar olie al in 2005. De "peak oil"theorie waarschuwt dat het aanbod van olie weldra zal pieken, maar de aanhangers van deze theorie moeten zich misschien ook eens afvragen wanneer de vraag zal pieken.

Belangrijk in dit verhaal is de toenemende energie-efficiëntie. Per jaar heeft de wereldeconomie 2,4% minder olie nodig om een eenheid bbp te produceren. Ook de groeilanden springen steeds zuiniger om met energie. In vergelijking met 1995 hebben ook zij een kwart minder energie nodig om een eenheid bbp te produceren. Verdere technologische doorbraken van alternatieve energie en dalende subsidies voor brandstof ( vooral in grootverbruikers als China en India ) of stijgende taksen op fossiele energie ( vooral in het Westen ) kunnen de vraag verder ondermijnen. Voor alle duidelijkheid: per saldo groeit de wereldwijde vraag naar olie nog altijd met 1% à 2% per jaar.

De vraagtekens achter de olieproductie

Kan het aanbod dit tempo volgen? De groei van de productiecapaciteit zal na 2010 in elk geval op een laag pitje komen te staan, omdat sinds het uitbreken van de crisis heel wat projecten en investeringen zijn verminderd, uitgesteld of afgeblazen ( zie de grafiek ) . Op korte termijn is dat geen ramp gezien de bestaande buffercapaciteit, maar op langere tijd kan dit zich dit wreken.

Een ander wolfijzer langs de aanbodkant: de gemakkelijkst te ontginnen en dus goedkoopste olie is grotendeels in handen van staatsbedrijven. Grondstoffennationalisme beperkt de aanvoer van deze olie naar de markt en houdt de prijzen kunstmatig hoog. Het Opec-kartel werkt niet optimaal, maar wel voldoende om de markt te manipuleren. De Opec-landen beschikken over het gros van de reserves, maar vingen slechts 25% van de toename van de vraag sinds 1995 op.

Grafiek: Aanbodgroei vertraagt fors de volgende jaren

macondo-gr2

Bron: IEA

De niet-Opec landen zullen daarom ook de volgende jaren massaal moeten investeren om de productiecapaciteit op peil te houden en op te voeren. De extra olie is vooral te vinden in de diepzee. Volgens het IEA wordt de stijgende vraag nu al voor de helft met olie uit de zee, meestal de diepzee, opgevangen. Maar evident is dat niet, zeker niet na het enorme lek op het Macondoveld in de Golf van Mexico. Nergens wordt er gedacht aan een verbod op diepzee oliewinning ( we kunnen niet zonder ) , maar strengere regulering en veiligheidsvoorschriften zullen de kosten verhogen. Belangrijker nog is dat het risico van een ongeval volledig op de schouders van de uitbatende maatschappij valt. Voor kleinere spelers is dit risico onmogelijk te dragen en zelfs voor een grote onderneming als BP is dergelijk lek levensbedreigend. Die grote risico's zullen ongetwijfeld doorgerekend worden aan de consument.

Conclusie

Bij een "midden van de weg"-scenario kunnen we de volgende jaren van een vrij stabiele oliemarkt genieten. Maar als het tegen zit, kan het tij opnieuw snel keren en de prijs snel stijgen. En dat is het laatste wat de Westerse economie vandaag nodig heeft.