De oliebonus

Indien het mogelijke, voorzichtige herstel zich inderdaad materialiseert, zullen beleidsvoerders allerhande er als de kippen bij zijn om zich op de borst te kloppen. Een  economische heropleving  kan namelijk aan niets anders te wijten zijn dan aan het expansieve beleid dat van China tot de VS gevoerd wordt. Of toch niet helemaal?

Monetaire expansie

Alhoewel de berichten over green spots in de financiële en economische evolutie heel voorzichtig aanzwellen, blijft het alle hens aan dek voor de beleidsvoerders om de neergang met alle mogelijke middelen te bestrijden. Qua monetair beleid is zeker de Federal Reserve Board in de VS al enkele maanden, bij wijze van spreken, “de nucleaire toer” op. De Europese Centrale Bank (ECB) schuift zeer schoorvoetend op in dezelfde richting.

Budgettaire inspanningen

Budgettair kan de registers ook wijd open. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal er in het geheel van de G20-landen dit en volgend jaar een bijkomende budgettaire impuls aan het economische leven gegeven worden van in totaal 2,7% van het gezamelijke BBP. Vermits dit laatste afgerond voor de G20 een 45 000 miljard dollar bedraagt, gaat het over twee jaar om een budgettaire stimulus van 1 200 miljard dollar. Behoorlijk indrukwekkend, en tegelijk toch ook weer erg te relativeren.

De oliebonus in perspectief

Recent stelde de Financial Times deze budgettaire stimulus van 1 200 miljard dollar over twee jaar tegenover de gevolgen van de spectaculaire daling van de olieprijs. De prijs van een vat ruwe olie liep vorig jaar in het begin van de zomer op tot ruim 140 dollar. Nadien volgde de meest ophefmakende olieprijsdaling ooit tot 40 dollar enkele weken terug. Ondertussen zit de olieprijs terug boven de 50 dollar per vat.

De argumentatie van de FT is de volgende. Over gans 2008 beliep de olieprijs gemiddeld ongeveer 100 dollar per vat, voor dit jaar mogen we iets rond de 50 dollar gemiddeld verwachten. Daar de wereld als geheel een 88 miljoen vaten ruwe olie per dag consumeert, betekent dit een jaarlijkse mondiale uitgave aan ruwe olie van 1 600 miljard dollar. Heel concreet wil dit zeggen dat, grofweg, de vermindering van de olieprijs in 2009 alleen éénderde besteedbare middelen méér vrijmaakt dan het geheel van de budgettaire impulsen over de jaren 2009 en 2010 samen vertegenwoordigen.

Wees dus ruimschoots op uw hoede als de politici straks de eer van het herstel opeisen (wat ze trouwens ALTIJD doen, zo leert de geschiedenis).

Grafieken

Grafiek 1: Olieprijs West Texas Intermediate

Olieprijs West Texas Intermediate