De levenskwaliteit in België: geld alleen maakt niet gelukkig

België is een relatief rijk land. Deze rijkdom vertaalt zich niet automatisch naar een betere levenskwaliteit, zo blijkt. Volgens een vergelijkende studie van de OESO scoort ons land slechts gemiddeld op dit gebied. Vooral het gebrek aan jobs en het beperkt veiligheidsgevoel zouden op onze levenskwaliteit wegen.

Het meten van welzijn 

Zoals beschreven in vorige artikelen (Hoe leefbaar is een economie zonder groei? en Naar een betere maatstaf van welzijn) neemt de kritiek op het Bruto Binnenlands Product (BBP) als beleidsindicator toe. Probleem is dat er geen algemeen aanvaarde alternatieven bestaan. Begrippen als geluk of welzijn zijn immers veel moeilijker te vatten en te becijferen. Om hieraan tegemoet te komen, werkte de OESO met zijn ‘better life initiative’ een indicator uit die het welzijn of de levenskwaliteit weergeeft.

Behalve het gemiddelde inkomen, worden nog 10 andere parameters in acht genomen bij de uiteindelijke score. Deze parameters variëren van een ‘sociale indicator’ (ondermeer weergegeven door het percentage mensen dat aangeeft te kunnen rekenen op iemand anders in tijden van nood of dat verklaart nauwelijks sociale contacten te hebben) tot een ‘milieu-indicator.’ Door een gewogen gemiddelde te nemen van deze indicatoren, bekomt men een totaalscore en een rangschikking van landen volgens levenskwaliteit of welzijn.

De score van België

Aangezien sommige mensen meer belang hechten aan goed onderwijs, terwijl een gezonde work-life balance dan weer voor anderen primeert, hangt de totaalscore af van het gewicht dat men toekent aan de 11 afzonderlijke parameters. Door alle parameters even zwaar te laten doorwegen, bekomt men het meest representatieve, algemene beeld. Zoals onderstaande figuur weergeeft, scoort België gemiddeld in deze rangschikking. 17 landen doen het slechter dan ons land. Hoewel inkomen de directe score slechts beperkt beïnvloedt, zijn dit voornamelijk landen met een relatief laag inkomen. Hoe armer, hoe lager de levenskwaliteit, zo blijkt. Omgekeerd presteren 16 landen beter dan België. Zoals wel vaker in dit soort rangschikkingen, doen vooral Scandinavische landen en landen als Canada en Australië het zeer goed.

Kris4

 

Inkomen zegt niet alles

Zoals België illustreert, is het gemiddelde inkomen niet altijd doorslaggevend voor het welzijnsniveau. België behoort nochtans tot de rijkere landen, vooral indien het vermogen van de gezinnen in rekening wordt gebracht. Een gemiddeld Belgisch gezin heeft volgens de OESO-definitie een vermogen van bijna 70.000 dollar. Dit is bijna het dubbele van het OESO-gemiddelde van afgerond 38.000 dollar. Hieraan gerelateerd, scoren we ook goed wat behuizing betreft. De Belg is niet alleen vaak eigenaar van zijn of haar huis, maar is over het algemeen ook ruim behuisd, met veel kamers per persoon en voldoende basisfaciliteiten. Tot slot scoren we ook erg goed wat work-life balance betreft. Belgen geven aan dat ze er vrij goed in slagen om werk, gezin en vrije tijd te combineren, hetgeen zeker bijdraagt tot het welzijn. Onderzoek geeft ook aan dat de gemiddelde Belg over relatief veel vrije tijd beschikt.

Desondanks doen heel wat andere landen beter. Twee parameters trekken onze score fors naar beneden. Allereerst slagen we er niet in om voldoende mensen aan het werk te krijgen. Onvrijwillige werkloosheid, vooral van lange duur, oefent niet zelden een zware impact uit op de eigenwaarde en levenskwaliteit van de betrokkenen. De activiteitsgraad in ons land ligt erg laag, terwijl de langetermijnwerkloosheid tot de hoogste in de ontwikkelde wereld behoort. Daarnaast wordt ons land ook als ‘onveilig’ gezien. Heel wat landgenoten voelen zich onveilig op straat in het donker. Er worden ook meer misdaden aangegeven dan in de meeste andere landen.

Welzijn: goed om weten, moeilijk te meten

De beschreven welzijnsindicator kan bekritiseerd worden, maar houdt wel degelijk een aantal beleidsimplicaties in. Zelfs vage, subjectieve gevoelens over onveiligheid verminderen bijvoorbeeld het algemene gevoelen van welzijn en moeten daarom niet gebanaliseerd worden. Een hogere tewerkstellingsgraad is niet alleen belangrijk voor onze economische groei, maar ook voor de betrokkenen zelf. De hoge (jeugd)werkloosheid in het Brusselse vormt bijvoorbeeld een zwaar probleem, ondanks de talrijke pendelaars die heel wat vacatures invullen in onze hoofdstad. Omgekeerd is ons systeem van kinderopvang zinvol, niet alleen omdat dit mensen met kinderen aanzet tot werken en aldus gunstig is voor het BBP, maar ook omdat dit de combinatie van arbeid, gezin en vrije tijd vergemakkelijkt en de levenskwaliteit van heel wat mensen ten goede komt. Investeringen in onderwijs dragen niet alleen bij tot de economische groei, maar ook tot het welzijn. Mensen met een diploma leven bijvoorbeeld langer, zijn minder betrokken bij criminaliteit en vaker actief in het gemeenschapsleven.

Economische groei is zeker waardevol, al was het maar omdat dit middelen creëert voor een goede gezondheidszorg, onderwijs en dergelijke meer. Om een hoge levenskwaliteit te garanderen, volstaat dit echter niet. Een goede maatstaf voor welzijn helpt om de prioriteiten op orde te stellen.