De heropbouw van de banksector

Het is een positief teken als een zieke man toekomstplannen heeft. Hij blijft niet bij de pakken zitten en droomt van een betere toekomst. Er is een lichtpunt aan het einde van de tunnel. De financiële crisis heeft zich echter als een pandemie verspreid, en de vraag moet gesteld worden welk vaccin we moeten ontwikkelen om de ziekte definitief uit te roeien.

Korte termijn visie

We hebben allemaal kunnen vaststellen dat onze bankiers de voorbije jaren getroffen werden door een nooit gezien vlaag van oppervlakkigheid en onvoorzichtigheid. De top van de banken was blijkbaar meer geïnteresseerd in inkomsten en resultaten en dacht ten onrechte dat risico-evaluatie een saaie en te technische materie was om op strategisch niveau te behandelen. De maatschappelijke visie van de banken werd beperkt tot niet veel meer dan het genereren van maximale inkomsten en rendementen voor aandeelhouders. Deze strategie is als een boemerang teruggekeerd in het gezicht van de aandeelhouders van de Belgische grootbanken.

Redding met belastingsgeld

Paul De Grauwe, professor economie aan de KULeuven, stelt zich terecht de vraag of het ethisch correct was om gemeenschapsgeld te besteden aan de redding van bedrijven die hun maatschappelijke rol vergeten zijn. Nochtans had de overheid geen andere keuze dan de banken ter hulp te snellen met behulp van moeilijk verdiend belastingsgeld. Alle overheidsinspanningen ten spijt, lijkt de banksector evenwel niet volledig genezen. Om een definitief herstel te bewerkstelligen zijn minstens drie ingrepen noodzakelijk.

  • Centraal staat de aanpak van de oppervlakkigheid in de financiële wereld. Idealiter zouden flamboyante directieleden de laan uitgestuurd moeten worden en vervangen door saaie exemplaren die enkel kicken op cijfermateriaal en met een zekere aversie in het spotlight van de publieke belangstelling treden. We hebben de voorbije maanden een beperkt aantal bankiers zien vertrekken (en nadien elders opnieuw opduiken). Dit is echter onvoldoende; de banken moeten hun risico beheer fundamenteel naar het strategisch niveau tillen.
  • Aandeelhouders moeten meer controle uitoefenen. Zo zij nog willen genieten van een gezonde nachtrust, zullen aandeelhouders in de raden van bestuur mensen moeten aanstellen die het saaie cijfermateriaal aankunnen en zodoende de operationele leiding van de banken op een efficiënte manier kunnen controleren en evalueren. Dit betekent dat het gedaan is met de zitjes voor mensen met een uitgebreid netwerk in de zakenwereld of met connecties in de politiek. Ook op dit vlak moet het echte werk nog beginnen.
  • De overheid moet de banken ertoe dwingen zich maatschappelijk correcter te gedragen. Dit kan enerzijds door de vertegenwoordiging van de overheid in de raden van bestuur te bestendigen, anderzijds door de banksector zodanig te reguleren dat ze eenvoudigweg geen onverantwoorde risico’s meer kunnen nemen. Het zou een goed idee zijn om de banken permanent te verplichten om meer te investeren in staatsschuld: dit zal enerzijds de risicograad van de banken doen verminderen, anderzijds zal dit de maatschappelijke rol van de banksector versterken. 

Oproep tot verantwoordelijkheid

Wat sommige topbankiers ook mogen beweren, een duurzaam herstel van de financiële sector staat vandaag nog niet op de agenda. De banken likken hun wonden en zoeken uitwegen om de schade te herstellen. Is dit wel voldoende?  Ik roep de overheid en de aandeelhouders op om samen hun verantwoordelijkheid op te nemen.