De financiële sector uit zijn voegen gegroeid

 

De VS zijn een extreem gediversifieerde economie. Desondanks is het aandeel van de totale bedrijfswinsten van de financiële sector stelselmatig toegenomen. In 2004 waren ruim 40 procent van alle bedrijfswinsten op conto van financiële wereld.

 

Figuur 1 geeft de bedrijfswinsten van de financiële sector weer tegenover de totale bedrijfswinsten (dus van zowel de financiële als de niet-financiële bedrijfstakken) voor de Verenigde Staten van 1941 tot 2008.

Eerste sprong in 1990

Tussen 1941 en 1989 nam de financiële sector minder dan één-vijfde van alle bedrijfswinsten voor zijn rekening. Tussen 1990 en 1992 stegen de winsten van de financiële branche evenwel met 50 procent, waardoor deze sector 30% van alle bedrijfswinsten opstreek. Nadien is dit percentage nooit meer onder de 20% gezakt. Deze plotse, sterke winsttoename is erg opmerkelijk.

Ten eerste bevonden de VS zich in een recessie. Onder meer door een olieprijsstijging (ten gevolge van de Golfoorlog) daalde het Amerikaanse BBP doorheen deze periode. Ten tweede lagen een financiële crisis, de zogenaamde ‘savings and loans crisis,’ mee aan de basis van deze recessie. Ondermeer door slechte beleggingen op de vastgoedmarkt gingen vele honderden, veelal kleinere, banken overkop. In 1989 kwam de overheid tussenbeide om financiële meltdown te vermijden. In totaal kostte dit 124 miljard dollar aan belastingsgeld. Desondanks (of net ten gevolge van de ondersteuning door de belastingsbetaler) deed de financiële sector het in zijn geheel verre van slecht in deze periode, zoals figuur 1 aangeeft.

Figuur 1:  Aandeel van de winst van de financiële sector in de totale bedrijfswinsten, VS, 1941-2008

winstfinsecf-figuur1

Bron: Bureau of Economic Analysis, eigen berekeningen

Tweede sprong na 2000

Doorheen de eerste helft van de jaren 2000 groeiden de winsten binnen de financiële sector opnieuw in ijltempo met jaarlijkse groeipercentages van ruim boven de 10 procent (zie figuur 2), waardoor ze maar liefst 40 procent van de totale bedrijfswinsten voor zijn rekening ging nemen. Dit percentage is nadien gezakt, maar daalde nooit meer onder de 30 procent, en bleef aldus sterk boven het historische gemiddelde. Opnieuw vielen de monsterwinsten samen met een recessie in de VS en crashte de aandelenkoersen verschillende keren gedurende deze periode. De winsten van de financiële bedrijfstak lijken aldus grotendeels onafhankelijk van het algemene economische klimaat of ontwikkelingen op de aandelenmarkt.

Figuur 2: Procentuele winsttoename binnen de financiële sector

winstfinsecf-figuur2

Bron: Bureau of Economic Analysis, eigen berekeningen

Uit zijn voegen gegroeid

Allereerst betekenen deze cijfers dat de financiële wereld allicht een te groot soortelijk gewicht heeft ingenomen voor zijn eigenlijke kerntaak. Het is moeilijk vol te houden dat de financiële sector 40 procent van de toegevoegde waarde van een economie creëert. Dit geldt des te meer voor een sterk gediversifieerde economie als de Amerikaanse.

Ten tweede hielden deze cijfers een waarschuwing in voor regulatoren en beleidsmakers. Zeer sterk stijgende aandelenkoersen of vastgoedprijzen wijzen mogelijk op een zeepbel, een zware overwaardering tegenover de intrinsieke waarde, die typisch ten einde komt door een scherpe en pijnlijke waardedaling. Om deze reden zijn exuberante prijsstijgingen alarmerend. De immense winsttoename van banken, ‘hegde funds’ en dergelijke meer vormde, achteraf bekeken, op vergelijkbare manier eveneens een zeepbel. De waarschuwingen zijn evenwel niet ter harte genomen.

Ten derde vallen de zware bonussen, ontslagpremies en salarissen van ‘toptraders’ beter te begrijpen in deze context. Terwijl 5.4 procent van de tewerkgestelde Amerikanen werkzaam is binnen de financiële sector, rijft deze branche wel 30 tot 40 procent binnen van alle bedrijfswinsten binnen. De middelen voor een riante vergoeding  voor die personeelsleden die ‘het verschil maken’ en in staat zijn om resultaten te boeken, zijn met andere woorden ruim voorhanden. Zo lang deze superwinsten blijven bestaan, zal er allicht ook een superverloning tegenover staan, politieke druk niettegenstaande.