De auto-industrie in 2020

Het nieuws staat momenteel bol van de onheilstijdingen van de autosector, met name in Europa. Centrale vraag is of de malaise uitsluitend te verklaren valt door de ongemeen harde economische crisis, waardoor de consumenten de vinger op de knip houden op dure uitgaven als een nieuwe wagen Arthur D. Little, een welgekende management consultancy, denkt er alleszins anders over. De wereldwijde auto-industrie staat immers voor een omwenteling. Samen met het prestigieuze Zukunfinstitut in Duitsland schatten ze in hoe deze markt er in 2020 uit zal zien.

Door de huidige overproductie zullen er ongetwijfeld slachtoffers vallen binnen de auto-industrie. Een viertal evoluties hebben de wereldwijde auto-industrie danig door elkaar geschud en zullen in de toekomst nog een belangrijker rol spelen. De merken die hier adequaat kunnen inspelen, hebben de beste overlevingskansen voor de toekomst.
  • Hoge olieprijzen.

Hoewel de olieprijzen in elkaar gezakt zijn ten opzichte van hun hoogtepunt vorig jaar, acht Arthur D. Little een olieprijs van onder de 150 dollar per vat onwaarschijnlijk op lange termijn. De huidige prijsdetente vormt dus eerder een uitzondering op een lange termijn opwaartse trend, aldus het rapport. Ook andere grondstoffen in de autoproductie, zoals staal, worden verwacht in prijs te stijgen, waardoor de marges in de auto-industrie worden aangevreten.

  • Klimaatopwarming

De laatste tien jaar is de bewustwording rond de milieu-impact van de mens sterk toegenomen. Deze trend zal enkel nog toenemen, zo wordt verwacht. Kleine milieu-vriendelijke auto’s, eventueel zelfs electrische of hybride modellen, zullen hierdoor een toenemend aantal consumenten kunnen aanspreken.

Zowel de hoge energieprijzen als de bezorgdheid rond de CO2-uitstoot maken dat kleine, energiezuinige wagens hierdoor een comparatief voordeel krijgen, zoals General Motors en Chrystler aan de lijve hebben ondervonden.

  • Mobiliteit in plaats van autobezit

Auto’s zijn niet langer een statussymbool voor een groeiende groep consumenten. Wagenbezit is ook niet langer een must. Een optimale mobiliteit, ongeacht het transportmiddel, is belangrijker. Het succes van autoverhuurmaatschappijen is hier het meest sprekende voorbeeld van. Op termijn zal de vraag naar basismobiliteit (los van het bezit van een wagen) enkel toenemen, zo wordt verwacht. Het klassieke business model van de auto-industrie speelt hier onvoldoende op in.

  • Opkomst van BRIC-landen

De toekomst van de auto-industrie ligt in toenemende mate in landen als Brazilië, Rusland, India en China. Terwijl de automarkt in de geïndustrialiseerde wereld verzadigd is, bestaat er een enorme honger naar auto’s in deze landen. De noodzaak voor meer mobiliteit is het grootst in opkomende economieën waar wagens bovendien een sterk statussymbool zijn en de bezorgdheid om het milieu-impact en congestie veel beperkter is.

Kostenefficiëntie speelt een primordiale rol bij het bespelen van deze markt, zoals de introductie van de Tata Nano aantoont. Op termijn echter, wanneer zowel het gemiddelde inkomen als de milieu-schade toegenomen is, zullen andere argumenten als comfort en CO2-uitstoot een even belangrijke plaats innemen dan de kostprijs. Aangezien een groeiend deel van de kapitaalkrachtige inwoners van BRIC-landen in miljoenensteden steden leeft, en de verkeerscongestie enkel zal toenemen, zullen ook andere mobiliteitsopties belang winnen, waardoor het profiel van de consumenten meer zal lijken op West-Europa, Japan of de VS.