De angst voor deflatie

De angst voor inflatie zit diep ingebakken. Met de hyperinflatie van na de Eerste Wereldoorlog nog in het collectieve geheugen, heeft de Europese Centrale Bank als voornaamste doel om het inflatieniveau onder controle te houden en zet ze haar renteniveau in functie daarvan. In de populaire pers worden de gevolgen van inflatie op onze concurrentiële positie en koopkracht breed uitgesmeerd. Deflatie is een minder bekend woord. Door de aanhoudende crisis kan dit wel eens veranderen. We leggen uit of wat deflatie inhoudt, welke gevolgen deflatie heeft en of we daar wakker van moeten liggen.

Wereldwijde dalende inflatiecijfers

In Groot-Britannië is de producentenprijsindex onverwacht sterk afgenomen in oktober. De daling van 2,8 procentpunten was historisch haast ongezien. In de VS zijn de prijzen op één maand tijd met 1 procent gedaald. Om dit in een correct perspectief te zetten; dit betreft de zwaarste daling in 60 jaar. Over praktisch heel de wereld zijn inflatieverwachtingen fors teruggeschroefd omwille van de economische crisis. Ben Bernanke, de voorzitter van de Federal Reserve en een gerenommeerd academicus ter zake, zegt in toenemende mate rekening te houden met de mogelijkheid op deflatie in zijn land. Deflatie houdt in dat de inflatiecijfers in het negatief gaan en dat een brede korf van producten en diensten aldus systematisch goedkoper wordt. Analysten van BNP Paribas, ondertussen een welbekende naam in België, verwachten een deflatie van 1,4 % in juli 2009 in de Verenigde Staten. Japan, een land dat al langer vertrouwd is met het fenomeen, zal volgend jaar waarschijnlijk opnieuw in een deflatoire spiraal belanden, aldus de OESO.

Oorzaken van deflatie

Wereldwijde inflatiecijfers dalen sterk om verschillende redenen. Allereerst zijn energiebronnen en grondstoffen scherp in prijs gedaald en weegt dit op de algemene prijsindex. Ten tweede zien producenten zich geconfronteerd met een verminderde vraag van consumenten. Afzetproblemen en onverkochte voorraden leiden tot kortingen en scherpere concurrentie in prijzen. Ten derde zullen lonen in het huidige zwakke economische klimaat waarschijnlijk geen sterke stijging kennen, of zelfs teruggeschroefd worden, met het oog op behoud van werkgelegenheid. Dit leidt tot verminderde productiekosten en aldus tot lagere prijzen. Over het algemeen bestaat er een duidelijk negatief verband tussen inflatie en economische groei en op dit moment is dit niet anders. De zwaarste economische crisis sinds lang is daarom mogelijk in staat om inflatiecijfers onder nul te brengen.

In de eurozone worden de voorspelde inflatiecijfers hoger ingeschat dan in de Verenigde Staten of Japan, maar het is ook hier duidelijk dat de centrale bank zich geen zorgen moet maken over de 2 procent norm. Dit lijkt goed nieuws, maar is het niet helemaal.

Gevolgen van deflatie

Het gevaar op een vicieuze cirkel bestaat, getuige de Japanse situatie tussen 1995 en 2001.

Indien voorraden onverkocht blijven, dalen niet enkel de prijzen, maar ook het investeringsniveau en de werkgelegenheid. Hierdoor daalt het inkomen, en dus ook de consumptie, wat verdere prijsdalingen uitlokt. Dit fenomeen wordt een deflatoire spiraal genoemd. Indien prijzen voortdurend dalen, loont het bovendien om consumptie uit te stellen. Vooral zware uitgaven als de aankoop van een huis of auto worden uitgesteld om te profiteren van toekomstige prijsdalingen. Hoewel dit rationeel is vanuit een individueel standpunt, versterkt uitstel van consumptie de malaise binnen de auto- en immobiliën sector.

Zoals welbekend kampt de Belgische overheid met zware schulden. Alle vooruitzichten wijzen erop dat deze schuld zal toenemen in 2008. Indien prijzen dalen, nemen deze schulden toe in reële waarde. De vaste afbetalingen worden immers duurder indien prijzen in dalende lijn zijn. Voor consumenten en bedrijven neemt de schuldenlast eveneens toe indien deflatie zich doorzet. Wanbetalingen, inbeslagnemingen en faillissementen kunnen het gevolg zijn en hierdoor kan de vraag, en het prijsniveau, nog verder dalen. Indien een deflatie zich doorzet, zal de centrale bank het daarenboven moeilijk vinden om de toekomstige kredietverlening te stimuleren. De kostprijs van lenen wordt namelijk uitgedrukt door de reële rente, i.e. het verschil tussen de rente en het inflatieniveau. Indien het inflatieniveau (sterk) negatief is, is het relatief duur om te lenen, ongeacht het rentebeleid van de ECB. Momenteel vinden ondernemingen het al moeilijk om zich goedkoop te financieren. Dit verbetert er allicht niet op indien een deflatoire spiraal zich inzet.

Belgische situatie

Er zijn redenen dat de inflatie in België boven het nulpunt zal blijven. Energieprijzen zijn minder sterk gedaald dan in de VS doordat deze in dollar zijn uitgedrukt en belastingen een groter gewicht in de prijs innemen. Bovendien zijn de meeste analysten het eens dat de recessie de VS harder zal treffen dat continentaal Europa, vooral op korte termijn. Loondalingen zijn ook minder aannemelijk in België dan in pakweg de Verenigde Staten omwille van de weinig flexibele arbeidsmarkt en loonzetting. De automatische loonindexering (waarbij overigens geen rekening gehouden wordt met energieprijzen) is hier een voorbeeld van. Bovendien zijn de prijzen op de goederen –en dienstenmarkt ook vrij rigide binnen de eurozone en kan de rente nog sterk verlaagd worden door de ECB.

Traditionele instrumenten eerst

Nochtans valt een deflatoire spiraal niet uit te sluiten, ook niet binnen de eurozone. De deflatoire spiraal in Japan in de tweede helft van de jaren ’90 kwam immers ook onverwachts voor de meeste observeerders en beleidsvoerders. Centrale bankiers en overheden moeten voorbereid zijn om deflatie resoluut te bestrijden, net zoals de ECB doet met het inflatiemonster. Renteverlagingen stimuleren het uitlenen van geld, wakkeren daarmee inflatie aan en zijn een eerste instrument. Probleem is dat renteniveaus niet onder nul kunnen duiken. Een expansief budgettair programma ondersteunt consumptie en ondersteunt daardoor het prijsniveau. Probleem hier is dat overheden geen onbeperkte mogelijkheden hebben om geld te lenen en uit te geven.

Zimbabwaanse lessen?

Advies komt mogelijk uit zeer onverwachte hoek. In Zimbabwe is men er in geslaagd om inflatiecijfers tot ver boven 100.000 procent te bekomen. Dit deed men door zware overheidstekorten “monetair te financieren”. Kort uitgelegd: Massaal geld bijdrukken om de staatskas te spijzen. In de Financial Times wordt bepleit om een dergelijke politiek op, weliswaar veel beperktere mate, door te voeren in de VS indien nodig. Dit zou een zéér onorthodoxe maatregel zijn die grote risico's inhoudt en tot voor kort ondenkbaar was (op een aantal gedenkwaardige uitzonderingen na). Monetaire financiering is ronduit verboden in de EMU, precies om (hyper)inflatie tegen te gaan. Het is vanuit politiek standpunt ook niet evident om te beslissen wiens schuld gefinancierd zou wordt door de geldpers en in welke hoeveelheid. De muntunie telt immers vijftien overheden met bijhorende schulden, terwijl oplopende inflatie effecten heeft voor heel de zone. Hopelijk blijven inflatiecijfers positief, zo dat deze discussie nooit gevoerd hoeft te worden.