Dagjespolitiek

Die ochtend in de file, de gebruikelijke file. Op de radio woedt een vurig debat over de mobiliteitsproblematiek. In volle verkiezingstijd wordt er uiteraard gekozen voor een actueel thema. En die ochtend wordt de luisteraar verblijd met een onderwerp waarbij hij letterlijk stilstaat.

De vertegenwoordigers van de respectievelijke partijen geven elkaar er duchtig van langs. De oppositie verwijt de regering dat ze het mobiliteitsprobleem heeft laten aanslepen, waarop de tegenpartij prompt een reeks maatregelen aanhaalt om het tegendeel te bewijzen.

Een werkdag later, in de sofa, krijgt de kijker een nieuw debat voorgeschoteld. De minister van Energie wordt het vuur aan de schenen gelegd. Heeft zij en de federale regering niet gefaald nu de kans groot mag worden geacht dat we tijdens de maand november zo nu en dan terug worden gekatapulteerd naar de tijd van onze overgrootouders? De minister blijft er koel bij. Ze vindt niet dat haar iets kan worden verweten. De kernuitstap werd reeds beslist in 2003. Sindsdien hebben opeenvolgende regeringen verzuimd om een deftig alternatief uit te werken, zo vervolgt ze haar betoog. De cadeaupolitiek met hernieuwbare energie tijdens vorige legislaturen wordt aangehaald als het voorbeeld bij uitstek van dagjespolitiek.

Gebrek aan diepgang

De mobiliteitsproblematiek, het energiebeleid, de vergrijzing, de hervorming van justitie, de afbouw van de overheidsschuld,… Het zijn dossiers die je inderdaad niet tijdens één legislatuur kan aanpakken. Ze vergen een visie op lange termijn die over partijgrenzen heen in een lang volgehouden inspanning moet worden uitgedragen. Onze politici zitten echter gevangen in een carrousel van denken op korte termijn. De gemediatiseerde debatcultuur verzandt in dovemansgesprekken. Het theatraal niveau is hoog, de oplossingsgerichtheid bedroevend laag. Mobiliteitsproblemen aanpakken vergt een ruimtelijke visie op wonen en werken die consequent wordt doorgetrokken en zich vertaalt in grote infrastructuurwerken die de verschillende vervoersmodi op elkaar afstemmen.

“Het theatraal niveau is hoog, de oplossingsgerichtheid bedroevend laag.”

Wanneer je de media beluistert, krijg je de indruk dat weinig mensen zich storen aan het gebrek aan diepgang in het politiek bestel. Uit de barometer van Eurostat, die tijdens de eerste helft van 2018 werd afgenomen, blijkt echter dat in ons land 30% van de bevolking niet tevreden is met de manier waarop onze democratie functioneert; 33% is zelfs van mening dat hun stem niet telt. Slechts 52% van de Belgen vindt het belangrijk om een stem te kunnen uitbrengen; amper 53% voelt zich goed bij het idee te kunnen gaan stemmen. Dat is het laagste cijfer van de EU. Slechts iets meer dan een derde is van mening dat het met ons land de goede kant uitgaat. Een mager resultaat met regeringen die voortdurend beweren dat er wat verandert.

Tijd voor verandering

De eurobarometer geeft nochtans aan dat de Belgische kiezers snakken naar verandering: 60% van de burgers vindt het tijd voor echte verandering en denkt dat nieuwe partijen in staat zullen zijn om die effectief te brengen. Men denkt niet dat nieuwe partijen een gevaar vormen voor de democratie. Onze politici zijn dus gewaarschuwd.

Tijdens de komende gemeenteraadsverkiezingen zou de schade nog kunnen meevallen. Wanneer u deze tekst leest, is de uitslag reeds gekend. Maar bij de moeder van alle verkiezingen in mei 2019 zou dat wel eens anders kunnen zijn. De media zullen er weer een grootse show van maken, die evenwel steeds minder mensen kan bekoren. Uiteraard zijn er landen waar het nog veel erger is. Gaan onze leiders echter wachten op electorale uitslagen zoals die in Griekenland of Italië, vooraleer ze wakker worden?

Tags: