Cultuur van coöperatieve vennootschap als basis voor succes

Auteur: 
Jo Cobbaut

In 1999 besloten twee verpleegkundigen samen te werken. Twintig jaar later is Thuisverpleging Meerdael een coöperatieve vennootschap met 19 vennoten en liefst 17 kandidaat-vennoten.

Oprichter Steven Van Craesbeek schreef het succesverhaal mee vanaf de eerste dag. Twee decennia geleden startte hij een samenwerking op basis van mondelinge afspraken. Dat was vijf jaar later nog steeds het geval, al werkten toen al tien zelfstandigen in groepsverband: “We gingen op zoek naar een juridische structuur om ons te verbinden, maar dat lag moeilijk voor de meeste zelfstandigen. Toch werd dat een noodzaak, toen we bijvoorbeeld assistentie-woningen aan ons probeerden te koppelen. Uiteindelijk kwamen we CERA tegen en die stelden ons het concept voor van de Prik en Tiks en de Milcobels van deze wereld. Dat bleek de coöperatieve vennootschap. Alle twijfelaars gingen overstag en vier maanden later hadden we de juiste juridische vorm.”

"We hebben altijd de kaart getrokken van gelijkheid, het zit in onze genen."

Van Craesbeek en zijn vennoten leerden de ICA-principes van de coöperatieve alliantie kennen en daar sprong vooral het beginsel van de gelijkheid in het oog: “We hebben altijd — het zit in onze genen — de kaart getrokken van gelijkheid. Toen we onze statuten beginnen schrijven zijn, hebben we gekozen om het meest belang te hechten aan gelijkheid en de vrijwilligheid van lidmaatschap. Wie met ons wil meewerken zonder lid te worden van de vennootschap, kan dat. Voor wie wil toetreden als vennoot, werkten we een proefperiode uit van drie jaar. Het vergt wat tijd voor mensen om in de juiste mindset te komen. Nadien kunnen ze mee in het verhaal stappen.”