Crisisbeleid in OESO-landen

Om de gevolgen van de crisis enigszins in te dijken, gaan overheidsbalansen wereldwijd diep in het rood. Sommige landen gaan hierin evenwel veel verder dan anderen. We zetten de stimuleringspakketten van verschillende landen op een rijtje.

Tabel 1 vat het discretionaire budgettaire beleid weer van de OESO-landen. Gemiddeld genomen nemen deze landen maatregelen ten belope van 3.4% van het totale nationale product, een nooit eerder geziene, gezamenlijke injectie van overheidsgeld in de noodlijdende wereldeconomie.

Budgettair beleid neemt tijd in beslag

Een eerste observatie is evenwel dat slechts een beperkt deel van deze budgettaire inspanningen uitgevoerd werd in 2008, hoewel de economische vooruitzichten al scherp teruggeschroefd werden vanaf het tweede deel van dat jaar. Bijna 40 procent van de genomen maatregelen zal bovendien betrekking hebben op het budget van 2010, wanneer (hopelijk!) het meeste leed al geleden is. Dit weerspiegelt de vaak moeizame besluitvorming en implementatie van beleid in een parlementaire democratie, zelfs wanneer crisisbestrijding de absolute prioriteit vormt. Aangezien de impact van een expansief beleid zich pas geleidelijk laat voelen, valt af te vragen hoe effectief alle stimuli zullen blijken.

Personenbelastingen

Belastingsverlagingen zijn de meest gehanteerde maatregel om de economie uit het slop te helpen. Dalingen in de personenbelastingen zijn hierbij veruit het meest voorkomend. Slechts in een beperkt aantal landen zijn de overheidsuitgaven sterker toegenomen dan de overheidsontvangsten afgenomen zijn. In vrijwel alle onderzochte landen zijn de overheidsinvesteringen verantwoordelijk voor het gros van de extra uitgaven. Transferten naar relatief zwakke groepen in de samenleving (werklozen, gepensioneerden,…) komen op een verre tweede plaats.

Grote internationale verschillen

Sommige overheden nemen veel drastischer maatregelen dan andere. Zo valt op dat Frankrijk een erg voorzichtige koers neemt en weinig crisismaatregelen heeft getroffen. Duitsland daarentegen levert, ondanks alle kritiek op het voorzichtige beleid, toch al met al forse inspanningen. De VS spant de kroon en zet alle registers open, met alle gevolgen vandien voor het overheidsbudget.

Tot op zekere hoogte kunnen deze verschillen door drie factoren verklaard worden.

  • Mate waarin de crisis toeslaat. De geringe respons van Frankrijk kan mogelijk ten dele toegeschreven worden aan de relatief sterke prestaties van de Franse economie (relatief in die zin dat de economie verwacht worden minder hard te krimpen).
  • Automatische stabilisatoren. Indien de conjunctuur een neergang kent, verslechtert het overheidsbudget, ook met een ongewijzigd beleid. Belastingsinkomsten verminderen en sociale uitkeringen zoals werkloosheidsuitkeringen nemen toe, waardoor de economie gestabiliseerd wordt. Het overheidsbudget is daarom procyclisch; neemt toe in hoogconjunctuur en gaat in het rood bij recessies.  Tabel 1 vat de impact van beleidsmaatregelen samen en houdt hier dus geen rekening mee. Landen met een omvangrijk sociaal vangnet en een groot overheidsbeslag stimuleren hun economie al door deze automatische stabilisatoren. Dit verklaart waarom continentaal Europese landen over het algemeen minder maatregelen hebben getroffen dan Angelsaksische landen.
  • Budgettaire ruimte. De belangrijkste verklaring voor de internationale verschillen is ongetwijfeld de budgettaire ruimte. Landen met een hoge schuldgraad en zware deficits, België inbegrepen, hebben minder marge om hun economie te stimuleren en moeten noodgedwongen de knip op de portefeuille houden. Niet verwonderlijk nemen de drie zwaarst getroffen overheden, IJsland, Hongarije en Ierland allen substantiële inspanningen om hun budget te saneren. De economische crisis heeft hier zo lelijk huisgehouden dat de staat extra belastingen moet opleggen of moet snoeien in de uitgaven, alle mogelijke gevolgen voor het economisch herstel ten spijt. Hopelijk hoeven andere landen dit voorbeeld niet te volgen.

 

Tabellen

Het discretionaire budgettaire beleid van de OESO-landen