Concurrentiehandicap is structureel

Auteur: 
De Standaard

Onze concurrentiepositie is zwakker dan die van de buurlanden. Enkel Frankrijk doet slechter.



ondernemen

brussel

De discussie over concurrentiekracht mag niet verengd worden tot een debat over loonkosten alleen, vindt Metena. De denktank van de werkgeversorganisatie VKW vroeg professor Lode Vereeck van de Universiteit Hasselt daarom een kwalitatieve concurrentiekrachtindex te berekenen die ook rekening houdt met het algemeen economisch beleid van een land.

Die Mega-index is gebaseerd op 27 indicatoren die relevant zijn voor de concurrentiekracht van een land. Hij geeft aan dat ons land niet beter presteert dan de buurlanden, integendeel. Voor flexibiliteit doet België het nog redelijk goed, met een zevende plaats op 34 onderzochte landen. We doen duidelijk beter dan Nederland, Frankrijk en Duitsland die respectievelijk vrede moeten nemen met de negende, elfde en twaalfde plaats.

Met een negende stek voor overheidsefficiëntie doen we al wat minder goed. Met een derde plaats doet Duitsland het een pak beter, maar we presteren wel beter dan Frankrijk en Nederland op respectievelijk de tiende en de dertiende plaats.

Echt zorgwekkend, zegt Metena, zijn de prestaties van België op het vlak van 'ondernemerschap en innovatie' waar we de dertiende plaats bezetten en van 'normen en waarden' waar we twaalfde staan. Voor beide criteria doen Duitsland (respectievelijk achtste en negende) en Nederland (negende en zevende) merkelijk beter en laten we enkel Frankrijk achter ons.

België presteert dus zwakker dan het gemiddelde van de buurlanden en kan de bestaande loonhandicap niet compenseren met opvallende prestaties in andere domeinen.

Metena besluit dat de Belgische concurrentiehandicap bijgevolg structureel van aard is. (lc)

© 2008 Corelio