Bevrijdt corona ons van ‘werkisme’?

Opinie van Jochanan Eynikel

In zijn nieuwste boek Werk. Een geschiedenis van de bezige mens waarschuwt de Zuid-Afrikaanse historicus James Suzman voor de schaduwzijde van onze vereenzelviging met werk. Zal de coronapandemie die zoveel sectoren en vertrouwde werkwijzen tot stilstand bracht, hier verandering in brengen?

De val van Childe

Op 19 oktober 1957 vinden wandelaars in de Australische Blue Mountains een netjes opgevouwen regenjas met daarop een kompas, een pijp en een bril. Ze blijken van de 64-jarige antropoloog Vere Gordon Childe te zijn, die in de buurt logeerde. Wat later vindt een onderzoeksteam het levenloze lichaam van de professor aan de voet van de nabijgelegen Govetts Leap. Zonder bril heeft de bijziende Childe zich allicht misstapt waardoor hij te pletter stortte, besluit de lijkschouwer.

Tot 1980. Drieëntwintig jaar na de dodelijke val publiceert William Grimes, Childe’s opvolger aan de universiteit van Londen, een brief van de betreurde antropoloog. In die brief, geschreven enkele dagen voor zijn dood, kondigt Childe zijn zelfdoding aan, maar verzoekt hij Grimes om dit minstens tien jaar geheim te houden omdat er volgens hem te veel vooroordelen bestaan over suïcide. ‘Je kan het leven best beëindigen als je gelukkig en sterk bent’, aldus de excentrieke professor. Het vooruitzicht van zijn pensioen waarmee een einde kwam aan zijn ‘levenswerk’ als antropoloog, deed hem de daad bij het woord voeren.

Het opmerkelijke, tragische verhaal van Childe wordt aangehaald door de Zuid-Afrikaanse historicus James Suzman in zijn nieuwste boek Werk. Een geschiedenis van de bezige mens (Thomas Rap, 2020). Het illustreert hoe fundamenteel de menselijke relatie met werk kan zijn. In zijn meest extreme vorm staat een leven zonder zinvol werk gelijk aan een zinloos leven.

"In zijn meest extreme vorm staat een leven zonder zinvol werk gelijk aan een zinloos leven."

Leven is werken

De persoonlijke identificatie met werk leeft vandaag zeer sterk. Gevraagd naar wat het leven zinvol maakt, antwoordt de meerderheid van de Amerikanen ‘een job die je graag doet’ (Pew 2019). Daarmee scoort een goeie job hoger dan het hebben van een partner of kinderen. Ook tieners blijken voor hun leven als volwassene het meest van al te dromen van een job die ze graag doen (Pew 2018). ‘Workism’, zo benoemde journalist Derek Thompson het fenomeen: de bijna religieuze houding ten aanzien van werk en het heilige geloof in een betekenisvolle job als bron van identiteit en zingeving.

Suzman laat echter zien dat de behoefte aan zingeving in werk niet vanzelfsprekend is. Ze is afwezig in jager-verzamelaarsculturen. Onze drang naar betekenis in werk is vooral het product van economische en technologische veranderingen. Suzman definieert werk namelijk als een vorm van energie-overdracht. Arbeid zet energie om iets anders: een huis bouwen, voedsel verbouwen, een inkomen genereren. Om te overleven moet je energie verbruiken. ‘Leven is werken’, concludeert de auteur.

De verschuivingen in de menselijke verhouding tot werk zijn dan ook te vinden in de grote energierevoluties: de ontdekking van het vuur, de landbouwproductie, de industriële revolutie en de recente automatisering door digitale technologie. Die scharniermomenten gingen telkens gepaard met energiebesparingen: efficiëntere productiewijzen en nieuwe technologieën maakten menselijke energie vrij die men ergens anders aan kon spenderen.

Evolutie

Een eerste keerpunt situeert zich 1 miljoen jaar geleden met de ‘uitvinding’ van het door de mens gecontroleerde vuur. Hierdoor kreeg de mens toegang tot meer voedsel, want vuur maakte meerdere planten en vlees verteerbaar en langer houdbaar. Daardoor kon men meer tijd besteden aan andere zaken dan jagen, zoals sociaal contact, verhalen vertellen of het vervaardigen van kunst of betere werktuigen die het werk nog energie-efficiënter maakten. Werk werd dus pas echt werk toen er een onderscheid kwam met het concept ‘vrije tijd’. In die dichotomie had werk een louter instrumentele betekenis: de tijd je besteedt aan het verzekeren van je materiële behoeften.

"Werk werd steeds minder een noodzakelijk kwaad, maar iets wat we actief opzochten om bezig te blijven en mee te kunnen met anderen."

Naarmate de voedselproductie efficiënter werd door de landbouw en de hieruit voortvloeiende verstedelijking, kwam er meer ruimte voor niet-materiële behoeften waardoor er weer nieuw werk ontstond. Van ordediensten tot verhalenvertellers in het oude Rome tot zowat de hele diensteneconomie vandaag. Werk werd steeds minder een noodzakelijk kwaad, maar iets wat we actief opzochten om bezig te blijven en mee te kunnen met anderen. In steden konden mensen zich namelijk voor het eerst met elkaar vergelijken. Er kwamen buurten van vakgenoten en beroepsgilden die belangen, waarden en politieke overtuigingen deelden. De sociale identiteit van mensen versmolt met hun werk. Wat je deed, ging steeds meer bepalen wie je was.

Die evolutie naar persoonlijke werkbetekenis zien we tot op vandaag toenemen. In recente studies naar het waarom van werk scoort de behoefte aan sociaal contact en zingeving bijna even hoog als een inkomen of werkzekerheid. Tegelijk zien we met de groei van de diensteneconomie ook een toename van het aantal mensen dat afhaakt en hun werk waardeloos acht. ‘Bullshitjobs’ noemde de Amerikaanse antrolopoog David Graeber ze. In België zou een derde van de mensen hun werk niet zinvol vinden.

Corona

Suzman wil daarom waarschuwen voor de schaduwzijde van onze vereenzelviging met werk. Het verhaal van Gordon Vere Childe illustreert hoe nefast werkisme kan zijn. Zal de coronapandemie die zoveel sectoren en vertrouwde werkwijzen tot stilstand bracht, hier verandering in brengen?

Die invloed lijkt er vandaag zeker te zijn. Denk maar aan de herwaardering van mensen in essentiële beroepen zoals de zorg. Maar of corona de behoefte aan professionele zingeving stopt, is twijfelachtig. Integendeel, ondanks de druk op materiële welvaart lijkt de coronacrisis die behoefte nog te versterken. Volgens een studie van KU Leuven en Tempo Team waren in 2020, ondanks de economische onzekerheid, dubbel zoveel werkende Belgen op zoek naar een nieuwe job. Jobinhoud blijkt een van de belangrijkste redenen. In een Britse studie zegt liefst 41% van de respondenten een nieuwe job te overwegen na de pandemie. De coronacrisis doet werknemers dus meer stilstaan bij hun tijdsbesteding en de plaats van werk hierin.

"De coronacrisis doet werknemers meer stilstaan bij hun tijdsbesteding en de plaats van werk hierin."

Het is goed mogelijk dat de pandemie een deel doet kiezen voor werk dat meer ruimte laat voor het privéleven. Op die manier kan corona ons bevrijden van werkisme waarin werk de enige bron van betekenis is. Tegelijk maakte COVID-19 de meervoudige betekenis van werk in ons leven extra tastbaar. Zoals als bron van structuur, sociaal contact en het bijdragen aan collectieve doelen. Dat corona de behoefte aan professionele zingeving vooralsnog niet lijkt aan te tasten, toont dat werk hoe dan ook een zeer centrale zingever blijft in ons leven. Niet de enige, wel een belangrijke.