Belgische export hinkt fors achterop

Onze achterstand op de exportprestaties van de buurlanden begint indrukwekkend te ogen. Sinds 1990 liep die op tot zestig procent tegenover Duitsland, veertig procent in vergelijking met Nederland en twintig procent tegenover Frankrijk.

BRUSSEL

De Duitse regering werkt aan een plan om de energiekosten van de bedrijven te verlagen. Daartoe wil zij de btw op elektriciteit (tijdelijk) verlagen. Slecht nieuws voor het al zwaar gehavende concurrentievermogen van onze bedrijven, zegt Metena, de economische denktank van de Christelijke Werkgeversorganisatie VKW.

Om te achterhalen hoe groot die achterstand de jongste twee decennia geworden is, ging Metena aan de slag met cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). De exportomzet van België, Nederland, Frankrijk en Duitsland werd in 1990 gelijkgesteld aan 100. Voor de Belgische uitvoer gebeurde dat de jaren daarop telkens opnieuw. De exportprestaties van de drie buurlanden werden dan telkens gerelateerd tot die Belgische 'ijking'.

Uit de grafiek blijkt duidelijk hoe groot de exportkloof wel geworden is. Zo is de Belgische exportomzet iets meer dan verdubbeld, terwijl de Duitse ruim verdrievoudigde, een kloof van dik 60procent in het voordeel van Duitsland. De Nederlandse export verdrievoudigde net niet, de Franse nam toe met ongeveer 150 procent, wat onze noorderburen 40procent deed uitlopen en Frankrijk 20 procent voorsprong bezorgde op België.

Als gevolg daarvan verloor België de afgelopen achttien jaar 23procent marktaandeel. Niet toevallig, zegt Metena, bouwden we in dezelfde periode een gemiddelde loonkostenhandicap op van 10procent. De economen van de VKW rekenden met loonkosten per product dat de fabriek of dienst die het kantoor verlaat. Daardoor wordt meteen rekening gehouden met eventuele verschillen in productiviteit.

Als de Metena-economen Kris Boschmans, Geert Janssens en Johan Van Overtveldt de grafiek van het gemiddelde verlies aan marktaandeel op die van de toenemende loonhandicap tegenover de drie buurlanden leggen, blijkt een zeer sterke correlatie. Naarmate de loonhandicap toeneemt, krimpt het Belgisch aandeel op de exportmarkt.

Vooral tegenover Duitsland is de evolutie indrukwekkend. Volgens Metena zijn onze loonkosten sinds 1990 met 17procent gestegen tegenover de Duitse. Erger nog is dat de wet op de concurrentiekracht, die in 1996 de loonnorm invoerde, blijkbaar geen effect heeft gehad. Integendeel, uit de cijfers blijkt dat de loonkloof sinds 2001 versneld toeneemt.

Van 1990 tot 2000 stegen de lonen in ons land gemiddeld 1,7 procent sneller dan in Duitsland. De jongste acht jaar zijn ze 15procent verder uitgelopen.

En dan gaan voor de Duitse bedrijven binnenkort ook nog eens de elektriciteitstarieven omlaag, zuchten de VKW-economen. Die liggen nu al anderhalf procent lager dan bij ons. Het bericht van de verlaging komt van de doorgaans goed geïnformeerde Financial Times, maar werd nog niet formeel bevestigd. De Duitstalige editie van de Britse krant had het dinsdag echter over 'een significante verlaging'.

De Belgische tarieven liggen ook ruim 2procent boven de Nederlandse. De Franse industriële tarieven liggen dankzij de consequente investeringen in kernenergie en bovenal door betwistbare afspraken tussen de industrie en EDF, zowat 40procent lager dan bij ons. In eigen land is enkel Electrabel in staat de grote hoeveelheden elektriciteit te leveren die de industrie nodig heeft, en dan blijken de nadelen van het monopolie. Sinds vorig jaar liggen de elektriciteitstarieven voor industrieel gebruik in ons land ook hoger dan het Europees gemiddelde.

Van onze redacteur
Luc Coppens


© 2009 Corelio