België in cijfers na drie maanden politieke crisis

In een week waarin de Duitsers een besparingsplan van 82 miljard afkondigden, raakten de Belgische politici het zelfs niet eens over de contouren van een onderhandeling over hoe ze onze welvaartsstaat veilig willen stellen. Dat de financiële toestand van het land desondanks niet fors verslechterd is, hebben we dus niet aan de politiek te danken, maar aan de economische omstandigheden die beter meevielen dan verwacht. En ook wel aan u en ik, omdat onze spaarwoede de financiële markten even het gebrek aan beleid deed vergeten.

Deze 'Stand van het Land' baseerde zich waar mogelijk op gegevens van het Federaal Planbureau. Waar er geen recente ramingen van het Planbureau voorhanden waren de totale staatsschuld of het bruto binnenlands product bijvoorbeeld gingen we te rade bij de Nationale Bank van België en het Instituut voor Nationale Rekeningen. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), de Rijksdienst voor Pensioenen en werkgeversdenktank VKW Metena gaven ondersteuning bij enkele andere cijfers.

Handel

Concurrentie-positie in gevaar

Ruim 600.000 werklozen. 1,8 miljoen gepensioneerden. 2,3 miljoen Belgen tussen 15 en 64 jaar die niet actief zijn op de arbeidsmarkt. En een beroepsbevolking van slechts 5 miljoen Belgen die die moet ondersteunen. Dat was voor de verkiezingen al een onhoudbare situatie, en dat is het nog altijd. Zeker nu de werkloosheid nog meer opgelopen is door de naweeën van de economische crisis. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft becijferd dat het overheidsbeslag in België het deel van uw loon dat rechtstreeks naar de staatskas vloeit nog nooit zo hoog is geweest. De overheid vreet 49,7 procent van onze inkomens weg. Dat maakt het, vandaag nog meer dan vroeger, lastig om de inkomsten van de overheid op te vijzelen door de fiscale druk nog verder op te voeren.

Onze voornaamste handelspartners zijn namelijk erg bezig met het dichten van het gat in de hand van hun overheden. De Duitsers drukten vorige week nog een besparingsplan van 82 miljard door. In Frankrijk zijn de debatten over de pensioenleeftijd ingepland. Zelfs de Nederlandse politici, die ook danig worstelen met hun regeringsvorming, zijn het eens dat er in de volgende legislatuur 29 miljard bespaard zal moeten worden. Belgen kennelijk niet. Helaas kan die lethargie op termijn onze concurrentiepositie danig ondergraven. En als we niet langer met onze buurlanden kunnen concurreren, komt onvermijdelijk onze welvaartsstaat in gevaar.

Uitgaven

België blijft potverteerder

"Het maakt niet uit of we nu 25 miljard besparen, dan wel 30 of 15 miljard. Wat telt is dat we maatschappelijke keuzes maken, en de tering naar de nering zetten", zei directeur Johan Van Overtveldt van werkgeversorganisatie VKW vorige week. Vrij vertaald: we moeten besparen, maar we kunnen zonder de fetisj die errond hangt. Helaas hebben de politici in 84 dagen preformatie de beide ongemoeid gelaten. Toch zijn de uitgaven van onze overheid teruggeschroefd. Regeringen van lopende zaken nemen immers geen dure beslissingen, en zijn op korte termijn dus positief voor de gezondheid van de schatkist. Dus zal de administratie volgens het Federaal Planbureau 674 miljoen euro minder opslorpen dan verwacht. Ook de envelop voor sociale uitkeringen zal 314 miljoen lager uitvallen, en op de ambtenarenwedden zou 170 miljoen bespaard kunnen worden.

Maar dat belet niet dat België een potverteerder van het zuiverste water blijft. De prijs van het ambtenarenleger is opgelopen tot 44 miljard. We betalen 25 miljard aan gezondheidszorg, 21 miljard aan privépensioenen, 11 miljard aan overheidspensioenen, 9 miljard aan werkloosheidsuitkeringen en 14 miljard rente. Dat maakt dat de vaste kosten substantieel hoger liggen dan de inkomsten. Toch schijnt niemand in België de broeksriemoperatie die voor ons ligt zelfs maar te willen overwegen. Zelfs al moeten intussen alle politici beseffen dat uitstel de inspanning alleen maar pijnlijker maakt.

Begroting

Structureel in het rood

Twee weken hebben de verkiezingscampagnes in Vlaanderen het gehad over de minimale, structurele besparing van 22 miljard euro die het Federaal Planbureau in de aanloop naar de stembusslag had uitgetekend. Maar toen de preformatie begon, verdwenen de voornemens om te besparen schielijk tussen de plooien van het tafelkleed op de onderhandelingstafel. Toch is het begrotingstekort de voorbije maanden teruggelopen van 19 miljard in mei naar minder dan 18 miljard vandaag. Niet door ingrijpende maatregelen maar onder meer omdat de eenmalige effecten van de financiële crisis uit de begroting verdwijnen. Of omdat de inkomsten onverwacht meevielen, en de economische groei de uitgaven onder controle hield.

Jammer genoeg niet voldoende. Ruim 11 miljard van het begrotingstekort heeft namelijk niets met de financiële crisis en de economische gevolgen te maken, maar des te meer met de snel wassende kosten van de vergrijzing, de ontsporende gezondheidszorg en het overmaatse staatsapparaat. En de Belgische politici hebben het terugschroeven van het tekort nog niet eens aangeraakt of het moest in de ter ziele gegane regering-Leterme zijn, die beloofde het tekort tegen 2012 onder 3 procent te doen zakken, om het vervolgens zachtjes terug te draaien richting evenwicht in 2015. Het enige wat er voorts nog overblijft, nadat de preformatie in het gezicht van De Wever en Di Rupo ontplofte, is een groot après nous, le déluge-gevoel.

Rente

Lenen tegen vriendenprijsje

Omdat, naast de staatsschuld en de economische groei, ook het vertrouwen in de toekomst een rol speelt bij het toekennen van een rentetarief, hadden honderd dagen politieke impasse het land in een alles verslindende rentespiraal kunnen meesleuren. Maar het bedrag dat de Belgische staat aan rente betaalt, is de afgelopen weken slechts gestegen van 12,8 miljard naar 14 miljard euro per jaar.

Volgens berekeningen van werkgeversdenktank VKW Metena betaalt België gemiddeld 4,1 procent rente op zijn uitstaande schulden. Lager is de rente op de Belgische staatsschuld nooit geweest. Ook na drie maanden politieke impasse blijven beleggers België beschouwen als een veilige beleggingshaven die weinig risicopremie vraagt. Volgens een ING-studie hebben we dat te danken aan onze spaarders, die het wanbeleid van hun politici doen vergeten.

De Nationale Bank van België berekende dat het totale vermogen van de Belgen 916 miljard euro bedraagt of dik 67.000 euro netto per Belg. De financiële markten lijken in dat geld een onderpand voor een mogelijke wanbetaling van de Belgische overheid te zien. De vraag blijft echter wanneer dat sentiment weer omslaat. Verder blijven aanmodderen tot het vertrouwen wegebt, zou België namelijk in een Grieks scenario kunnen dringen dat de rentetarieven kan doen ontsporen en de staatshuishouding van de ene dag op de andere in acute problemen kan brengen.

Inkomsten

Groei economie is meevaller

"In de eerste maanden van 2010 zijn de fiscale inkomsten met 17 procent gestegen dankzij groeiende inkomsten uit autobelasting en bedrijfsvoorheffing en een forse stijging van accijnzen, registratierechten en btw", jubelde de fiscus vorige week. Het Planbureau verwacht dat de schatkist dit jaar 1,2 miljard méér binnenkrijgt aan fiscale ontvangsten en een slordige 680 miljoen aan extra sociale bijdragen. Dat is een meevaller voor de begroting, maar een oplossing voor al onze problemen is het niet. België blijft in zeven sloten tegelijk lopen. De uitgaven zijn te hoog, de inkomsten te laag. Omdat een groot deel van de belastingen op arbeid wordt geheven, verscherpt elke nieuwe belasting de werkloosheidsval, omdat bij de actieve bevolking horen minder interessant wordt. Hogere belastingen heffen zonder de activiteitsgraad, de concurrentiekracht, de consumptie of het bbp in gevaar te brengen, is amper denkbaar. Ook de btw ligt namelijk aan de hoge kant, vermogens belasten dreigt de spaarreserves aan te tasten en dus invloed te hebben op de rentebetalingen.

Sommigen opperen dat de federale regering de transferts naar gemeenschappen en lokale besturen moet terugschroeven. Nu vloeit 34 miljard aan federaal geld meteen naar de gemeenschappen en krijgen de gemeenten elk jaar ruim 12 miljard doorgestort. Maar de manier waarop de discussie spaak liep op de financieringswet, geeft glashelder aan dat er voor dat idee weinig medestanders te vinden zijn.

Staatsschuld

Tijdbom onder economie

Volgens de ramingen van het Federaal Planbureau klokte de Belgische staatsschuld eind mei af op 332 miljard euro. Vandaag is ze volgens berekeningen van de Nationale Bank en het Instituut voor Nationale Rekeningen doorgestoomd naar 346 miljard. Dat is een duizendste méér dan de 345 miljard euro die het land aan goederen en diensten dit jaar al heeft omgezet. En een staatsschuld die boven 100 procent van het bruto binnenlands product uitstijgt, doet burgers die vrezen dat de overheid haar rekeningen niet meer zal kunnen betalen, als gekken sparen. Dat fnuikt de consumptie, wurgt de economische groei en belet de creatie van jobs. Door de begrotingstekorten die tot 2014 ingecalculeerd zijn, zal de staatsschuld de komende jaren naar 110 of zelfs 120 procent van het bbp klimmen.

Paradoxaal genoeg is dat vandaag minder erg dan drie maanden geleden. Toen dreigde de Griekse crisis andere met schuld beladen landen te besmetten. Maar de lage rente die België op zijn staatsschuld betaalt, geeft aan dat die besmettingsvrees geweken is. Een stijgende inflatie zorgt er bovendien voor dat de overheidsschuld minder zwaar op de staatsfinanciën weegt dan eerst gevreesd.

Alleen kunnen die externe factoren even snel verdwijnen als ze gekomen zijn. En als de inflatie afneemt, of het sentiment van de markten slaat om, dan wordt de staatsschuld waar de jongste weken zo zedig over gezwegen is, meer dan ooit een molensteen rond de nek van het land.

Conclusie

Lot in andermans handen

"België heeft jaren boven zijn stand geleefd", schreven we drie maanden geleden in de eerste 'Stand van het Land'. Paradoxaal genoeg zijn we dat in honderd dagen politieke impasse gewoon blijven doen, zonder dat de staatskas daar fundamenteel slechter van geworden is. 82 dagen lang hebben de onderhandelaars met geen woord gerept over de precaire financiële toestand waarin het land verkeerde, en over de risico's die zo'n situatie inhield voor de fundamenten waar onze welvaartsstaat op rust. 82 dagen verdronk de bezorgdheid over de staatskas en de toekomst van ons geroemde sociaal-economische bestel in een communautair discours. Op geen enkel ogenblik lag de sanering van de overheidsfinanciën, het terugschroeven van het begrotingstekort of het veiligstellen van de welvaartsstaat prominent op de tafel van de onderhandelaars van de zeven partijen.

Tot vandaag. En merkwaardig genoeg schuiven net de partijen die de voorbije maanden met geen woord hebben gerept over de noodzakelijke besparingen, ze vandaag als argument naar voor om aan te klagen dat er géén akkoord is afgesloten. Maar soit: het feit is dat er geen akkoord is, en dat België daarmee overgeleverd is aan de willekeur van de wereldeconomie en de financiële markten. Vandaag behoedt het herstelbeleid dat de Duitsers hebben ingeleid en de mildheid van de financiële markten ons voor een gevaarlijke ontsporing van de Belgische overheidsfinanciën. U moet echter geen ziener zijn om te weten dat het te verkiezen valt dat België snel weer zijn lot in eigen handen neemt.

© 2010 De Persgroep Publishing