Basisinkomen: oordeel niet te vlug

Het basisinkomen staat steeds vaker in de schijnwerpers en eigenlijk is dat geen toeval, zo stelt Geert Janssens in zijn nieuwste inspiratienota. Wie goed nadenkt over de toekomst, beseft dat ver doorgedreven automatisering en digitalisering niet zonder gevolgen kunnen blijven voor ons socio-economisch model.

In het huidige systeem haalt de overheid het gros van haar inkomsten uit belastingen op arbeid die mensen leveren in ruil voor een inkomen. Dit inkomen is nodig om de markt te voorzien van een consumptieve vraag. Stel nu dat het gros van de jobs in de toekomst verdwijnt? Is een verdeling van de economische toegevoegde waarde op basis van (betaalde) arbeid dan nog functioneel?

Hoe en wanneer?

Indien we niet willen terechtkomen in een wereld waar alle rijkdom geconcentreerd zit bij enkelen, dan zullen we grondig moeten sleutelen aan onze maatschappijordening. Een robotbelasting en een verspreiding van het bezit van kapitaal zijn zeer concrete denkpistes. Een basisinkomen – eventueel gefinancierd via een belasting op toegevoegde waarde – is dat ook.

Dat basisinkomen zal er anders uitzien dan de proefballonnetjes die daarover vandaag worden opgelaten. De vraag is bijgevolg niet of het er komt, maar wel onder welke vorm, tegen wanneer en via welke weg.