Banken overleven muis in de porseleinenwinkel

Auteur: 
Jan Henry

Kleven de uitgevoerde stresstests het etiket ‘schokproef’ om de Europese banksector?Ja, als je een muis loslaat in de porseleinenwinkel van de banksector. Neen, als je de olifant opnieuw zou loslaten.

Het Comité van Europese Banktoezichthouders testte in samenwerking met de Europese Centrale Bank 91 Europese banken (waaronder KBC en Dexia) op hun schokbestendigheid. Naast 26 grote grensoverschrijdende bankgroepen, werden ook 65 kleinere Europese banken (die vooral op hun binnenlandse markt sterk staan) aan de test onderworpen. Samen zijn deze banken goed voor 65% van de activa van de banksector van de Europese Unie. Nog een aantal kleinere banken haastten zich om de stresstest op zichzelf toe te passen, kwestie van geen competitief nadeel te ondervinden tegenover de banken die zich “geslaagd voor de stresstest” mogen noemen. Maar hoeveel waarde heeft deze test?

1. Wat werd er getest?

Een “double dip” in de vorm van een nieuwe maar relatief milde recessie werd losgelaten op de banken. Het stressscenario is gebaseerd op een economische krimp van -0,2% in 2010 en van -0,6% in 2011 in het eurogebeid. Het bbp in de eurozone zou over dit en volgend jaar dan een achterstand van 3% oplopen ten opzichte van het basisscenario dat rekening houdt met een heel gematigd herstel (+0,7% in 2010 en +1,5% in 2011).

Naast deze globale inzinking van de economie, werd ook een specifiek Europese schok getest. Ver moest er niet gezocht worden. De stresstesters vroegen zich af wat de gevolgen zouden zijn van oplaaiende ongerustheid over de schuldenlast van de Europese overheden, gemeten aan de hand van oplopende risicopremies en rentevoeten in de verschillende Europese landen. De testers hielden rekening met een stijging met 125 basispunten van de rente op drie maand, en een stijging met 75 basispunten plus een specifiek landenrisico van de rente op 10 jaar. Deze rentestijgingen zorgen voor een daling van de marktwaarde van de obligaties, en deze waardedaling (of haircuts) moeten de banken ten laste nemen van hun resultaat.

Er werden ook een aantal marktrisico’s getest, zoals een forse daling van de beurzen van 36% tegen eind 2011

2. Welke resultaten leverde deze test op?

Deze scenario’s zorgen voor 565,9 miljard euro extra verliezen bij de onderzochte banken. Dit gaat wel om bruto verliezen. De banken blijven onderliggende winsten maken, en deze winsten vangen het grootste deel van deze verliezen op.

Deze stressscenario’s ondermijnen de solvabiliteit van de Europese banksector niet al te veel. De meest gebruikte solvabiliteitsratio (de Tier1-ratio) daalt voor de banksector als geheel van 10,3% in 2009 naar 9,2% tegen eind 2011. Van deze kapitaalbuffer bestaat 1,2%punt uit overheidskapitaal, en de stresstesters gaan ervan uit dat dit kapitaal bij de banken blijft, tenzij dit overheidskapitaal integraal kan vervangen worden door privaat kapitaal.

7 banken zien hun Tier1-ratio dalen tot minder dan 6% en werden daarom als niet geslaagd beschouwd. Volgens de huidige regels volstaat een ratio van 4%, maar de markt eist vandaag gemakkelijk minimum 8%.

3. Wat werd er niet getest?

Een zware recessie. Voorlopig houdt de Europese economie zich kranig en volgt ze eerder het basisscenario dan het stressscenario. Maar de economie is nog heel kwetsbaar, en een schok kan grote gevolgen hebben. Een gebeurtenis zoals de val van Lehman Brothers, gevolgd door een zware recessie, is niet door de computer gehaald. Terwijl net dat de bedoeling moet zijn van een echte stresstest. Toch is het begrijpelijk dat de autoriteiten geen extra wantrouwen willen zaaien door hypothetische rampscenario’s te testen.

Een wanbetaling op de overheidsschuld van een land. “Sovereign defaults are excluded form the excercise”, staat er letterlijk in het verslag, met als motivatie dat het risico en bijhorende verliezen van staatsobligaties verrekend worden via hogere risicopremies en dalende koersen van die obligaties die de banken tegen marktwaarde boeken. Maar hier zit de grote adder onder het gras. De banken waarderen slechts 10% van hun overheidspapier tegen marktwaarde (in het trading boek). De rest van de obligaties in portefeuille blijft tegen aanschafwaarde in de boeken van de banken staan tot eindvervaldag, tenzij er natuurlijk een wanbetaling zou gebeuren. Maar net dat wordt dus niet getest.

Liquiditeit. De focus van de oefening lag op het testen van de solvabiliteit van de banksector, en niet van de liquiditeit. Nochtans ging het tijdens de hoogdagen van de crisis ook en vooral mis op het vlak van liquiditeit. Omdat de banken elkaar niet meer vertrouwden, droogde de liquiditeit op de interbancaire markt helemaal op. Een groot aantal banken kwam daardoor in grote problemen om zich te financieren, waardoor deze banken verplicht werden om activa tegen dumpingprijzen en dus met verlies te verkopen. Of hoe grote liquiditeitsproblemen vanzelf leiden tot grote solvabiliteitsproblemen. Alleen de injectie van overheidskapitaal en het uitdelen van miljarden overheidsgaranties kon het bloeden stelpen. Ook de Europese Centrale Bank zag en ziet zich nog altijd verplicht om grote gaten in de financiering van het banksysteem op te vullen. De stresstest heeft een nieuw hartinfarct op de interbancaire markt niet getest, hoewel sinds het uitbreken van de vertrouwenscrisis rond de Europese overheidsschulden, het wantrouwen opnieuw opliep tussen de banken.

4. Toch steeds schokbestendiger Europese banken.

Het stootkussen van de banken is opnieuw even dik als kort voor de escalatie van de crisis in de herfst van 2008. De verhouding tussen het kernkapitaal (de Tier1-ratio) de som van risicogewogen activa schommelt voor de grote banken opnieuw rond de 10%. De verhouding tussen het totale bankkapitaal en de risicogewogen activa schommelt opnieuw rond de 13% à 14% (zie de grafiek).

 

Untitled-1

Bron: Financial Stability Review, ECB

Langs de ene kant vormt deze kapitaalbuffer een steviger stootkussen dan voor de crisis, omdat de banken al heel wat risicovolle activiteiten afgeschreven of afgebouwd hebben. De bumper is dus even dik als voor de crisis, maar de auto rijdt trager. Daarbij mag meer dan één pluim op de hoed van de concurrentiediensten van de Europese Commissie gestoken worden. Als tegenprestatie voor de gekregen staatssteun heeft de Commissie heel wat banken aan een stevige gezondheidskuur onderworpen, denk maar aan het regime dat Dexia en KBC opgelegd kregen. Dat doet de Europese banksector enorm veel deugd. Om het vertrouwen te herstellen tussen de banken en de normale kredietverlening aan de economie opnieuw op gang te trekken, is het van cruciaal belang dat de zieke banken verdwijnen of gesaneerd worden. Of hoe het directoraat-generaal Concurrentie van de Europese Commissie de Europese banksector een enorme dienst bewees door wetgeving toe te passen die daarvoor helemaal niet uitgevonden was. Soms moet een mens een beetje geluk hebben.

Langs de andere kant is dit stootkussen relatief minder dik, omdat alles staat of valt met de manier waarop het risico van de activa gemeten wordt. Risicovrij bestaat in deze wereld niet meer, hoewel voor overheidsobligaties de banken geen kapitaalbuffer moeten aanleggen. En het is een oud zeer dat de Europese banksector er een handje van weg heeft om heel wat risico’s weg te moffelen, waardoor de verhouding tussen de totale activa en het kapitaal nog altijd vrij oncomfortabel laag is. De banken krijgen bovendien ruim de tijd om hier een mouw aan te passen.

Conclusie

De stresstest pompt dus een klein beetje klaarheid en vertrouwen in het banksysteem, als er vanuit gegaan wordt dat de overheden en centrale banken al te grote schokken verdrinken in kapitaalinjecties, reddingsplannen en/of vers gedrukt geld. Dit is natuurlijk de institutionalisering van het principe van moral hazard (laat maar waaien, de overheid komt ons toch redden), terwijl net de eliminatie van dit principe op termijn de banksector tot een volgehouden discipline moet bewegen.