Arbeidsmarkt is een gezonde duiventil

Auteur: 
Jan Henry

Elk jaar gaan ongeveer 8% van de bestaande jobs voor de bijl, en die arbeidsplaatsen zijn vaak verloren voor de eeuwigheid. Gelukkig komen er, als de economie draait, nog iets meer nieuwe jobs bij. Schumpeter leeft zich uit op de arbeidsmarkt.

Minstens één keer per jaar moet u koppen tellen in het bedrijf, al was het maar om uw sociale balans in te vullen. Uw financiële balans eist vandaag wellicht alle aandacht op, maar aan de administratieve klus om in te vullen hoeveel mensen er op uw bedrijf werken, hoeveel er bijgekomen zijn en hoeveel er afscheid hebben genomen, daar ontsnapt u al sinds 1996 niet meer aan. Voor onderzoekers heeft u op die manier wel een fantastische database gebouwd, en misschien moet u ook maar uw profijt doen met de bevindingen van de Nationale Bank, die de database indook en analyseerde hoe arbeid in dit land tussen de bedrijven stroomt.

De woelige stromen onder het oppervlak

Is de Belgische economie in gewone doen en groeit ze ongeveer een kleine 2% per jaar, dan werven de bedrijven per saldo enkele tienduizenden extra werknemers aan. De werkgelegenheid stijgt dan met 1% tot 2%. In tijden van hoogconjunctuur is het wat meer (+3,3% in 2006), en in tijden van laagconjunctuur is het wat minder (-0,3% in 2003). Voor elke procent extra bbp, steeg de Belgische werkgelegenheid met 0,8% in de periode 1998-2006.

Onder dit relatief rustige wateroppervlak van de arbeidsmarkt meanderen echter veel krachtiger arbeidsstromen. De onderliggende bewegingen van nieuwe jobs en gesneuvelde jobs zijn 6 tot 8 keer krachtiger dan de netto stromen. In de periode 1998-2006 kwamen er per jaar gemiddeld 8,8% nieuwe jobs bij, en sneuvelden gemiddeld 7,2% van de bestaande jobs. Elk jaar verandert dus 16% van de arbeidsplaatsen van aanzien. Schumpeter’s creatieve destructie is het regeneratieve proces dat ook de Belgische economie jong houdt. Deze resultaten zijn gelijklopend met eerder onderzoek voor de periode 1978-1985. Dat suggereert dat de Belgische arbeidsmarkt er wat betreft arbeidsmobiliteit niet op achteruit gegaan is.

In de meeste landen wordt vooral in tijden van recessie de arbeidsmarkt flink door elkaar geschud. Bedrijven herstructureren dan en zetten veel mensen aan de deur. Als de economie echter op volle toeren draait, dan hebben de bedrijven het moeilijk om de vacatures in te vullen en vertragen de arbeidsstromen. In Angelsaksische landen, gezegend met soepele arbeidsmarkten, past het bedrijfsleven zich vooral aan door mensen te ontslaan tijdens recessies, terwijl in continentaal Europa de aanpassing vooral gebeurt via aanwervingen tijdens de goede jaren.

In België zorgt de stroeve arbeidsmarkt voor een procyclisch patroon. Hoe sterker de groei, hoe woeliger de arbeidsmarkt. Vooral in de goede tijden werven de bedrijven aan, terwijl ze aarzelen om mensen te ontslaan als het slechter gaat. De hoge ontslagkosten en toenemende schaarste op de arbeidsmarkt, zeker als de recessie als tijdelijk wordt ervaren, ontraden de bedrijven om afscheid te nemen van personeelsleden. Het is echter best mogelijk dat de huidige recessie dit patroon doorbreekt, omdat heel wat bedrijven niet meer over de financiële slagkracht beschikken om de recessie uit te zweten zonder zwaar te snoeien in het personeelsbestand. Sommigen bedrijven hebben zelfs niet meer de reserves om de kosten van de herstructurering te betalen en hebben geen andere keuze meer dan de boeken neer te leggen. De volgende kwartalen kunnen netto tot 100.000 of zelfs meer arbeidsplaatsen verloren gaan.

Een verloren job komt niet terug

Uit de sociale balansen van de bedrijven zijn nog een aantal interessante bevindingen te puren:

  • Het personeelsverloop vindt natuurlijk het meest plaats tussen bestaande bedrijven, maar toch zorgen nieuwe bedrijven voor 27% van de nieuwe jobs, en is 30% van de verloren jobs te wijten aan bedrijven die er mee stoppen.
  • Eens een nieuwe job het levenslicht ziet, is deze arbeidsplaats vrij duurzaam. Bijna 80% van de nieuwe jobs overleeft het eerste jaar. Na 5 jaar staan nog bijna 60% van deze jobs overeind. Omgekeerd, als er een job verloren gaat is dat vaak voor de eeuwigheid. Ruim 88% van de verloren arbeidsplaatsen is na één jaar niet in ere hersteld. Dat percentage blijft ook de volgende jaren stand houden boven de 80%. (zie de grafiek: geen job is voor de eeuwigheid).  

Blauwe lijn = percentage van nieuwe jobs dat blijft bestaan
Zwarte lijn = percentage van gesneuvelde jobs die niet terugkeren

Grafiek: Geen job is voor de eeuwigheid.

duiventil

Bron: NBB

  • Mensen stappen vrij zelden over naar andere sectoren. Slechts 10 tot 15% van de arbeidsmarktbewegingen overschrijden sectorgrenzen. Dat wijst er op dat niet macro-economische of zelfs niet sectorspecifieke schokken de economie continu op haar hoofd zetten, maar wel de onvermoeibaar veranderende realiteit op het niveau van de individuele bedrijven.
  • Het zal geen verrassing heten dat arbeiders het minder onder de markt hebben dan bedienen. Voor elke 100 jobs voor arbeiders die verloren gingen, kwamen er slechts 80 nieuwe in de plaats. Bedienden konden zich storten op 120 nieuwe banen voor elke 100 die er verloren gingen.