veel volk in de Nieuwstraat te Brussel

Overdreven negatieve toon in economische berichtgeving is niet onschuldig

Opinie van Geert Janssens (Trends.be, 17 januari 2024)

Sinds de coronacrisis schatten consumenten de economische toestand slechter in dan die in werkelijkheid is. Ook bij ons lijken gezinnen de draad ietwat te hebben verloren. Heeft dat te maken met een te negatieve berichtgeving in de media? Of wordt het voor de mensen allemaal wat te veel?

Vorig jaar merkte het weekblad The Economist al op dat in de Verenigde Staten de maatstaf van het consumentenvertrouwen uit de pas loopt met de werkelijke cijfers, die beter scoren dan het sentiment. Het is de eerste keer sinds de metingen in 1946 dat de kloof tussen sentiment en fundament zo groot is geworden. Meer nog, sinds corona lijkt het verschil een systematisch karakter te hebben gekregen.

Berichtgeving

Recent onderzoek van het Amerikaanse Brookings Institute denkt de verklaring daarvoor gevonden te hebben. Het gebruikt daartoe een mediasentimentindex, die meet hoe pessimistisch of optimistisch de media economisch nieuws brengen. Blijkbaar is de berichtgeving sinds 2018 systematisch pessimistischer dan de werkelijkheid zou doen vermoeden. Meer nog, de kloof tussen het veel te negatieve sentiment in de media en de realiteit was sinds corona nog nooit zo groot. De onderzoekers vrezen dat vooral de sociale media en hun algoritmes — die mensen tegen elkaar opzetten — het sentiment neerwaarts beïnvloeden.

Het sentiment werd veel negatiever en de gezinnen zitten er ook vaker en veel verder naast dan voor corona.

De overdreven negatieve toon in de berichtgeving is niet onschuldig. Die ondermijnt het consumentenvertrouwen onnodig. Daardoor kan een zichzelf vervullende negatieve spiraal ontstaan, waardoor de economische groei onterecht wordt afgeremd. De kloof is evenmin onschuldig vanuit een politiek perspectief, omdat het gevaar bestaat dat beleidsprestaties minder gunstig worden beoordeeld dan ze in werkelijkheid zijn. Zeker in een omgeving waar de mediaberichtgeving een negatieve bias vertoont en nepnieuws zich razendsnel verspreidt via digitale platformen.

Het moge duidelijk zijn dat ook de Europese consumenten en gezinnen niet immuun zijn voor dat soort beïnvloeding. Deelonderzoeken per land suggereren dat media ook bij ons een sterke invloed hebben op het sentiment en vaak in de negatieve richting. Opvallend is dat de indicator van het consumentenvertrouwen van onze Nationale Bank sinds corona volatieler is geworden. Verder blijkt de gemiddelde consument de voorbij jaren hoofdzakelijk te pessimistisch te zijn geweest, ook in de beoordeling van de eigen financiële situatie. Het sentiment werd veel negatiever en de gezinnen zitten er ook vaker en veel verder naast dan voor corona.

Andere verklaring

Naast de invloed van de media is er nog een andere verklaring voor het pessimisme. Misschien hebben de consumenten en gezinnen de voorbije jaren te veel over hun dak gekregen. Eerst corona, dan een energiecrisis met in het zog inflatie en een aantasting van de koopkracht. Het menselijk leed van de oorlogen in Oekraïne en Gaza stemt mensen evenmin positief. Ondertussen vreest men de gevolgen van de klimaatopwarming maar ook de maatregelen in het kader van de klimaattransitie die heel wat gedragsveranderingen van ons zal vragen en waar ook een prijskaartje aan vasthangt.

De vrees van heel wat mensen is dat we steeds meer leven in een zero-som-wereld, waar de vooruitgang van iemand anders ten koste gaat van de eigen vooruitgang.

Daarbij komt de vrees van heel wat mensen dat we steeds meer leven in een nulsomwereld, waar de vooruitgang van iemand anders ten koste gaat van de eigen vooruitgang. Recent onderzoek van de Universiteit van Cambridge heeft aangetoond dat wie is opgegroeid in een periode met lagere economische groei, op latere leeftijd meer geneigd is te denken in termen van een nulsom. Wie dat gelooft, zal in de huidige omstandigheden snel geneigd zijn de wereld door een te pessimistische bril te bekijken. Met alle gevolgen van dien voor de cohesie in onze samenleving.

Dat toont andermaal aan dat economische groei een belangrijke voorwaarde is en blijft om de mensen voldoende perspectief te geven. Anders gezegd, we zullen meer dan ooit moeten inzetten op productiviteitsgroei.